pv-calor.com

Handleiding voor gebruik van de verwarmingslast- en warmtebehoefterekenaar

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. Rekenkundige basis
  3. Stapsgewijze handleiding
  4. Resultaten begrijpen
  5. Radiator­dimensionering
  6. Tips en best practices
  7. Veelgestelde vragen
  8. Achtergrondinformatie

Inleiding

1.1 Wat is de verwarmingslast?

De verwarmingslast is het warmtevermogen (in watt of kilowatt) dat een verwarmingssysteem moet leveren om een gebouw bij de ontwerp-buitentemperatuur (laagste te verwachten buitentemperatuur op de locatie) op de gewenste ruimtetemperatuur te brengen en te houden.

De berekening van de verwarmingslast is essentieel voor:

  • Dimensionering van de warmteopwekker (cv-ketel, warmtepomp, stadsverwarming, etc.)
  • Uitlegging van de warmteafgiftesystemen (radiatoren, vloerverwarming)
  • Optimalisatie van de systeemtemperaturen (aanvoer-/retourtemperatuur)
  • Efficiëntieanalyse en economische berekeningen

1.2 Normatieve basis: NEN-EN 12831-1

Deze rekenaar is gebaseerd op NEN-EN 12831-1 (Energieprestatie van gebouwen – Methode voor berekening van de ontwerp-verwarmingslast). De norm beschrijft een gestandaardiseerde methode voor de berekening van de verwarmingslast voor gebouwen onder stationaire omstandigheden (ontwerpsituatie).

Belangrijk: De verwarmingslast is niet hetzelfde als de jaarwarmtebehoefte. De verwarmingslast beschrijft het maximale vermogens­verbruik bij extreme buitentemperaturen, terwijl de jaarwarmtebehoefte de energie aangeeft die over een heel jaar nodig is.


Rekenkundige basis

2.1 Totale verwarmingslast van een ruimte

De ruimteverwarmingslast HL,R bestaat uit meerdere componenten:

Q̇HL,R = Q̇T + Q̇V + Q̇RH

Waarbij:

  • T = transmissiewarmteverlies (warmteverlies via bouwdelen)
  • V = ventilatiewarmteverlies (warmteverlies door luchtverversing)
  • RH = heropwarmingsvermogen (optioneel, bij intermitterend bedrijf)

2.2 Transmissiewarmteverlies (Q̇T)

Het transmissiewarmteverlies beschrijft de warmte die via wanden, ramen, deuren, vloeren en daken naar buiten verloren gaat.

Formule voor één bouwdeel:

Q̇T,bouwdeel = A · U · fT · (θi - θe)

Parameters:

  • A = oppervlak van het bouwdeel [m²]
  • U = warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) [W/(m²·K)]
  • fT = correctiefactor afhankelijk van aangrenzende ruimte [-]
  • θi = gewenste ruimtetemperatuur [°C]
  • θe = buitentemperatuur / temperatuur van aangrenzende ruimte [°C]

Correctiefactoren (fT)

Aangrenzende ruimte Correctiefactor (fT)
Buitenlucht 1,0
Grond 0,5 - 0,6
Onverwarmde ruimte (binnen thermische schil) 0,5
Verwarmde ruimte (zelfde temperatuur) 0,0

Toeslag voor koudebruggen (ΔU)

Naast de U-waarde van het bouwdeel wordt een toeslag voor koudebruggen ΔU meegenomen, die lineaire en puntvormige koudebruggen (bijv. balkon­aansluitingen, dagkanten van ramen) globaal afdekt:

Ueff = U + ΔU

Standaardwaarde: ΔU = 0,10 W/(m²·K) voor buitenconstructies (fT = 1,0)

Belangrijk: Bij bouwdelen met fT = 0,0 (verwarmde aangrenzende ruimte) wordt geen toeslag voor koudebruggen toegepast, omdat er geen warmtestroom optreedt.

2.3 Ventilatiewarmteverlies (Q̇V)

Het ventilatiewarmteverlies ontstaat door vervanging van warme binnenlucht door koudere buitenlucht.

Formule:

Q̇V = V̇ · ρ · c · (θi - θe)

Vereenvoudigd:

Q̇V = V · n · 0,34 · (θi - θe)

Parameters:

  • V = ruimtevolume [m³]
  • n = luchtwisselingsfactor [1/h] (typisch: 0,5 h⁻¹ voor woningen)
  • 0,34 = warmtecapaciteit van lucht [Wh/(m³·K)]
  • θi = gewenste ruimtetemperatuur [°C]
  • θe = ontwerp-buitentemperatuur [°C]

Opmerking: Bij ventilatiesystemen met warmteterugwinning (WTW) kan de effectieve luchtwisselingsfactor worden verlaagd (bijv. n = 0,3 h⁻¹ bij ca. 60% WTW-rendement).

2.4 Gebouwverwarmingslast (Q̇HL,G)

De gebouwverwarmingslast is de som van alle ruimteverwarmingslasten plus een toeslag voor radiator­dimensionering:

Q̇HL,G = Σ Q̇HL,R + toeslag

Volgens NEN-EN 12831-1 wordt de gebouwverwarmingslast vaak met een globale toeslag van 100% op de ventilatiewarmteverliezen berekend:

Q̇HL,G = Σ Q̇T + 2 · Σ Q̇V

Stapsgewijze handleiding

3.1 Projectbeheer

Nieuw project aanmaken

Klik op "Project beginnen" op het welkomstscherm of op "Nieuw project" in de actiebalk. De projectwizard wordt geopend en leidt u door alle noodzakelijke invoer.

Bestaand project laden 🆕

U kunt op elk moment een bestaand project via de projectcode laden:

  1. Klik op "Project laden"
  2. Voer uw 5-cijferige projectcode in (bijv. "ABC12")
  3. Klik op "Laden"

De projectcode wordt bij het aanmaken van een project weergegeven. Noteer deze om later opnieuw toegang tot uw project te hebben.

Wijzigingen ongedaan maken 🆕

De rekenaar slaat automatisch een wijzigingsgeschiedenis op. Via de knop "↶ Ongedaan maken" in de projectheader kunt u de laatste wijziging terugdraaien.

Er wordt opgeslagen:

  • Wijzigingen in projectbasisgegevens
  • Toevoegen/verwijderen van ruimtes
  • Wijzigingen aan bouwdelen en radiatoren
  • Rekenresultaten

Opmerking: De wijzigingsgeschiedenis wordt server-side opgeslagen. U kunt ook na het sluiten van de browser wijzigingen ongedaan maken, zolang u dezelfde projectcode gebruikt.

3.2 Basisgegevens van het project invoeren

Locatie en klimaatgegevens

  1. Adres invoeren: Straat, huisnummer, postcode, plaats
  2. Klimaatgegevens automatisch laden: De rekenaar bepaalt automatisch:
    • Ontwerp-buitentemperatuure) op basis van de geografische ligging
    • Aanbevolen luchtwisselingsfactor (n)

Belangrijk: De automatisch bepaalde waarden kunnen afwijken van officiële normtabellen. Voor normconforme berekeningen in Nederland raadpleegt u de klimaatgegevens uit NEN-EN 12831-1/NPR 3378 of de klimaatgegevens in de NTA 8800-documentatie. In Vlaanderen worden klimaatgegevens voor EPB-berekeningen via de officiële EPB-software (VEA/Vlaamse overheid) beschikbaar gesteld.

Gebouwgegevens

  • Bouwjaar: Bepalend voor de keuze van U-waarden uit de bouwdeelcatalogus

    • vóór 1980
    • vóór 1995
    • 1995–2001
    • 2002–2008
    • 2009–2015
    • 2016–2020
    • vanaf 2021
  • Gebouwtype: Eengezinswoning, meergezinswoning, rijwoning, etc.

Instellingen verwarmingssysteem

  • AanvoertemperatuurVL): Standaard 55°C

    • Laagtemperatuursystemen: 35-45°C (vloerverwarming, grote radiatoren)
    • Middentemperatuursystemen: 55-70°C (standaardradiatoren)
    • Hoogtemperatuursystemen: 75-90°C (oudere radiatoren)
  • Spreiding (ΔT): Standaard 10 K

    • Temperatuurverschil tussen aanvoer en retour
    • Typisch: 5-15 K

3.2 Optie A: Vereenvoudigde invoer (gebouwkubus)

De vereenvoudigde invoer is ideaal voor een- en tweegezinswoningen. De wizard leidt u door 5 stappen:

Stap 1: Basis

  • Aantal volledige verdiepingen: 1, 2 of 3 verdiepingen
  • Kelder aanwezig: ja/nee
    • Zo ja: Kelder verwarmd (ja/nee)
  • Zolderverdieping afgewerkt: ja/nee

Stap 2: Geometrie

Hoofdafmetingen (buitenmaten in meter):

  • Lengte: langste zijde van het gebouw
  • Breedte: kortste zijde van het gebouw
  • Verdiepingshoogte: typisch 2,5-2,75 m

Kelder (indien aanwezig):

  • Kelderhoogte: typisch 2,0-2,4 m

Dakvorm:

  • Zadeldak
  • Lessenaarsdak
  • Schilddak
  • Tentdak
  • Plat dak

Bij zadeldak/lessenaarsdak:

  • Dakhelling [°]: typisch 35-45° (zadeldak), 5-20° (lessenaarsdak)
  • Kniehoogte aanwezig: ja/nee
    • Kniehoogte: hoogte van de verticale wand onder het schuine dak (typisch 0,5-1,2 m)

Afwerking zolderverdieping (indien afgewerkt):

  • Met vliering: horizontale vloer naar onverwarmde vliering
  • Tot in de nok: geen horizontale vloer, dakvlakken lopen door tot in de nok

Hoofdrichting langste gevel:

  • Noord, noordoost, oost, zuidoost, zuid, zuidwest, west, noordwest

Stap 3: Ramen

Totale raamoppervlakte (één van beide opgaven):

  • Absolute raamoppervlakte [m²] OF
  • Raamoppervlakte-aandeel [%] (standaard: 15% van de buitengevel)

Verdeling ramen per windrichting:

  • Noord, Oost, Zuid, West in procent (som idealiter 100%)
  • Standaard: 25% per windrichting (gelijke verdeling)

Stap 4: Bouwdelen

Standaardbouwdelen uit de catalogus: De rekenaar kiest automatisch typische U-waarden op basis van het bouwjaar:

Bouwdeel Typische U-waarden [W/(m²·K)]
Buitenmuur 0,24 - 1,20 (afhankelijk van bouwjaar)
Ramen 0,95 - 2,80
Buitendeur 1,80 - 3,00
Dak/bovenste verdiepingsvloer 0,14 - 1,00
Kelderplafond 0,30 - 0,80
Vloer op grond 0,30 - 0,80

U kunt de U-waarden indien nodig aanpassen.

Stap 5: Afronden

Overzicht van alle invoer. Klik op "Ruimtes genereren" om de ruimtelijke structuur automatisch te laten aanmaken.

Wat wordt er gegenereerd?

Voor elke verdieping wordt één representatieve ruimte met alle relevante bouwdelen aangemaakt:

  • Kelder (indien aanwezig en verwarmd):

    • Kelderwanden tegen grond
    • Keldervloer
    • Gewenste temperatuur: 15°C
  • Begane grond:

    • Buitenmuren (verdeeld over 4 windrichtingen)
    • Ramen (volgens uw verdeling)
    • Buitendeuren (alleen BG)
    • Vloer: kelderplafond of vloer op grond
    • Plafond: naar verwarmde verdieping erboven, zolder of onverwarmde dakruimte
    • Gewenste temperatuur: 20°C
  • Verdiepingen (1e, 2e):

    • Buitenmuren
    • Ramen
    • Vloer: verdiepingsvloer naar verwarmde verdieping eronder (fT = 0,0!)
    • Plafond: naar verwarmde verdieping erboven of zolder
    • Gewenste temperatuur: 20°C
  • Zolderverdieping (indien afgewerkt):

    • Dakvlakken (afhankelijk van dakvorm)
    • Geveltoppen (bij zadeldak)
    • Kniegevels (indien aanwezig)
    • Dakramen (minstens 1/8 van het woonoppervlak)
    • Vloer naar vliering (bij "met vliering")
    • Vloer naar verwarmde verdieping eronder (fT = 0,0!)
    • Gewenste temperatuur: 20°C

Belangrijke opmerkingen:

  • Netto binnenmaten: De rekenaar gebruikt automatisch netto binnenmaten (buitenmaten minus 2 × 0,36 m wanddikte) om realistische vloeroppervlakken te berekenen.
  • Dakvlakken: Worden geometrisch correct bepaald op basis van dakhelling en kniehoogte.
  • Afronding oppervlakken: Alle oppervlakken worden op 2 decimalen afgerond voor betere leesbaarheid.

3.3 Optie B: Gedetailleerde ruimte-invoer

Voor complexere gebouwen of individuele ruimtes kunt u elke ruimte handmatig definiëren.

Ruimte toevoegen

  1. Klik op "Ruimte toevoegen"
  2. Voer de ruimtegegevens in:
    • Ruimtenaam (bijv. "Woonkamer", "Slaapkamer 1")
    • Verdieping: kelder, begane grond, verdieping of zolder
    • Gewenste temperatuur [°C]: gewenste ruimtetemperatuur (typisch 20-24°C voor verblijfsruimtes, 15-18°C voor nevenruimtes)
    • Vloeroppervlak [m²]
    • Ruimtehoogte [m]

Ventilatieconcept per ruimte 🆕

Voor elke ruimte kunt u een individueel ventilatieconcept instellen:

Ventilatiesoort kiezen: Ventilatieconcept Beschrijving Typische luchtwisselingsfactor
Raamventilatie Handmatige ventilatie via ramen 0,5 h⁻¹
Mechanisch zonder WTW Mechanische ventilatie zonder warmteterugwinning 0,4-0,6 h⁻¹
Mechanisch met WTW Gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning 0,3-0,4 h⁻¹
Afluchtsysteem Alleen afzuiging (bijv. in bad/WC) 0,5-1,0 h⁻¹

Instelbare parameters:

  • Luchtwisselingsfactor [1/h]: hoe vaak het ruimtevolume per uur wordt ververst (standaard: 0,5)
  • WTW-rendement [%]: alleen bij "Mechanisch met WTW" – efficiëntie van de warmteterugwinning (typisch 60-90%)

Tip: Bij ventilatiesystemen met warmteterugwinning (WTW) wordt het ventilatiewarmteverlies aanzienlijk verminderd. Een WTW-rendement van 80% betekent dat 80% van de warmte uit de afvoerlucht wordt teruggewonnen. Dit verlaagt de verwarmingslast merkbaar.

Bouwdelen toevoegen

Voor elke ruimte moet u de bouwdelen (wanden, ramen, deuren, vloeren, plafonds) afzonderlijk invoeren:

Buitenwanden:

  • Type: bijv. "Buitenmuur standaard", "Buitenmuur vóór 1980"
  • Oppervlak [m²]: netto wandoppervlak (bruto minus ramen en deuren)
  • U-waarde [W/(m²·K)]: uit catalogus of handmatig
  • Correctiefactor: 1,0 (buitenlucht)
  • Oriëntatie: N, NO, O, ZO, Z, ZW, W, NW

Ramen:

  • Type: bijv. "Driedubbel glas", "Oud raam vóór 1995"
  • Oppervlak [m²]: sparingsmaat
  • U-waarde [W/(m²·K)]
  • Correctiefactor: 1,0
  • Oriëntatie: volgens windrichting

Buitendeuren:

  • Type: bijv. "Geïsoleerde voordeur"
  • Oppervlak [m²]: typisch 2,0 m² (1,0 m × 2,0 m)
  • U-waarde [W/(m²·K)]
  • Correctiefactor: 1,0
  • Oriëntatie: volgens gevelzijde

Vloeren:

  • Kelderplafond (boven verwarmde kelder): fT = 0,0
  • Kelderplafond (boven onverwarmde kelder): fT = 0,5
  • Vloer op grond: fT = 0,5-0,6
  • Verdiepingsvloer (tussen verwarmde verdiepingen): fT = 0,0

Plafonds:

  • Verdiepingsvloer (naar verwarmde verdieping erboven): fT = 0,0
  • Bovenste verdiepingsvloer (naar onverwarmde dakruimte): fT = 0,5
  • Dakvlak (naar buitenlucht): fT = 1,0

Belangrijk: Let erop dat u bij verdiepingsvloeren tussen verwarmde ruimtes de correctiefactor op 0,0 zet. Er is dan geen warmteverlies, omdat beide ruimtes dezelfde temperatuur hebben.

In de wizard wordt dit automatisch correct ingesteld – bouwdelen tussen verwarmde ruimtes worden als "tussen verwarmde ruimtes" aangeduid en krijgen fT = 0,0.


3.4 Berekening uitvoeren

Nadat u de basisgegevens van het project hebt ingevoerd en óf:

  • de wizard hebt doorlopen (Optie A) OF
  • alle ruimtes handmatig hebt aangemaakt (Optie B),

klikt u op "Nu berekenen".

De rekenaar voert vervolgens voor elke ruimte en voor het totale gebouw de verwarmingslastberekening volgens NEN-EN 12831-1 uit.


Resultaten begrijpen en interpreteren

4.1 Resultatenoverzicht

De resultaten worden in vier tabbladen weergegeven:

Tab 1: Verwarmingslast

Klimaatgegevens
  • Ontwerp-buitentemperatuur θe [°C]
  • Aanbevolen luchtwisselingsfactor n [1/h]
Verwarmingslasten
  • trans: totaal transmissiewarmteverlies [kW]
  • vent: totaal ventilatiewarmteverlies [kW]
  • Heiz,R: ruimteverwarmingslast (som van alle ruimtes) [kW]
  • Heiz,G: gebouwverwarmingslast volgens NEN-EN 12831-1 [kW]

Heiz,G is de bepalende grootheid voor de dimensionering van de warmteopwekker.

Tab 2: Jaarverloop warmtebehoefte 🆕

Dit tabblad biedt een uitgebreide analyse van de jaarwarmtebehoefte op basis van uurlijkse weergegevens uit de PVGIS-database (Typical Meteorological Year).

Rekenmethode:

  1. Voor elk uur van het jaar (8760 uur) wordt de buitentemperatuur uit de PVGIS-TMY-gegevens opgehaald.
  2. Ligt de buitentemperatuur onder de stookgrens­temperatuur, dan wordt de uurlijkse warmtebehoefte berekend:
    Q̇(h) = (Q̇trans + Q̇vent) · (θi - θe(h)) / (θi - θe,Norm)
  3. Integratie over alle stookuren levert de totale warmtebehoefte.

Getoonde kengetallen:

  • Totale warmtebehoefte [kWh/jaar]: som van alle uurlijkse warmtebehoeften
  • Stroomverbruik warmtepomp [kWh/jaar]: geschatte stroomvraag bij JAZ 3,5 (lucht/water-warmtepomp)
  • Stookuren per jaar [h]: aantal uren met verwarmingsvraag
  • Maximale uurlijkse warmtebehoefte [kW]: hoogste benodigde verwarmingslast in het jaar
  • Gemiddeld verwarmingsvermogen [kW]: gemiddelde last tijdens de stookuren
  • Stookgrens­temperatuur [°C]: buitentemperatuur waaronder moet worden verwarmd (standaard: 15°C)

Maandelijkse uitsplitsing: Per maand wordt getoond:

  • Stookuren
  • Gemiddelde buitentemperatuur
  • Maandelijkse warmtebehoefte [kWh]
  • Maximale uurlijkse last [kW]

Visualisatie:

  • Jaarverloopdiagram: toont de uurlijkse warmtebehoefte over het jaar of als maandelijkse samenvatting

Verschil met de verwarmingslast (Tab 1):

  • Verwarmingslast = maximaal vermogen bij ontwerp-buitentemperatuur (bijv. -10 tot -14°C) → dimensionering van de installatie
  • Jaarwarmtebehoefte = werkelijk benodigde energie over het jaar op basis van werkelijke weergegevens → energieverbruik en bedrijfskosten

De verwarmingslast ligt doorgaans hoger dan de maximale uurlijkse warmtebehoefte uit het jaarverloop, omdat deze op een extreme ontwerpsituatie is gebaseerd die in de praktijk zelden optreedt.

Tab 3: Renovatievoorstellen gebouwschil 🆕

Automatische analyse van optimalisatiepotentieel voor energetische renovatie.

Rekenbasis: De besparingen worden met de graaddagenmethode (vergelijkbaar met EN ISO 13790 / NEN-EN 12831-aanvullingen) berekend:

Energiebesparing [kWh/a] = A · (U_IST - U_SOLL) · graaddagen · 0,024
Reductie verwarmingslast [kW] = A · (U_IST - U_SOLL) · ΔT_Norm

Waarbij:

  • A = oppervlak bouwdeel [m²]
  • U_IST = huidige U-waarde [W/(m²·K)]
  • U_SOLL = doel-U-waarde volgens actuele energie-eisen [W/(m²·K)]
  • Graaddagen = som van temperatuurverschillen over de stookperiode [Kd]
  • ΔT_Norm = ontwerp-temperatuurverschil (θ_i - θ_e,Norm) [K]

Richtwaarden doel-U-waarden (NL/BE renovatie, indicatief):

In Nederland sluiten deze waarden aan bij veelgebruikte renovatieniveaus in de praktijk en bij eisen uit de ISDE-/SVVE-subsidieregelingen en de NTA 8800-systematiek; in Vlaanderen sluiten ze aan bij gangbare EPB-renovatieniveaus en Mijn VerbouwPremie-voorwaarden.

Bouwdeel Richt-U-waarde doel [W/(m²·K)]
Buitenmuur ca. 0,24
Dak ca. 0,14
Bovenste verdiepingsvloer ca. 0,14
Vloer op grond ca. 0,30
Kelderplafond ca. 0,25
Ramen ca. 1,10
Buitendeur ca. 1,80

Getoond per bouwdeelgroep:

  • Totaal oppervlak [m²]: som van alle bouwdelen in deze categorie
  • U-waarde IST (gem.) [W/(m²·K)]: gewogen gemiddelde van de huidige toestand
  • U-waarde SOLL (doel) [W/(m²·K)]: doelwaarde voor renovatiemaatregelen
  • Energiebesparing [kWh/a]: jaarlijkse reductie van de warmtebehoefte
  • Reductie verwarmingslast [kW]: verlaging van de ontwerp-verwarmingslast

Opmerkingen bij de renovatievoorstellen:

  • ✅ U-waarden sluiten aan bij gangbare renovatieniveaus in Nederland en Vlaanderen
  • ✅ Besparingen zijn gebaseerd op een vereenvoudigde graaddagenmethode (richtwaarden)
  • ⚠️ Investeringskosten en terugverdientijd zijn niet meegenomen
  • ⚠️ Aanbevolen wordt om prioriteit te geven aan maatregelen met de grootste energiebesparing

Belangrijk: De renovatievoorstellen zijn bedoeld als globale indicatie van energetisch verbeterpotentieel. Voor een bindend renovatieplan raadpleegt u een gecertificeerd energieadviseur (in Nederland bijvoorbeeld een BRL 9500-gecertificeerde EP-adviseur; in Vlaanderen een erkend EPB-verslaggever of energiedeskundige type A). De berekening houdt geen rekening met koudebruggen, bouwfysische risico’s (condens) of concrete subsidiemogelijkheden.

Tab 4: Slimme radiatoroptimalisatie 🆕

Dit tabblad biedt een intelligente analyse van uw radiatoren en toont optimalisatie­mogelijkheden voor warmtepompbedrijf.

Hoofdfuncties:

  1. Optimalisatie aanvoertemperatuur

    • Berekening van de minimaal haalbare aanvoertemperatuur
    • Weergave van de mogelijke temperatuurdaling (in kelvin)
    • Energiebesparing in procent en kWh/jaar
  2. Optie ventilatorconvectoren

    • Inschakelbaar via checkbox "Ventilatorconvectoren toestaan"
    • Maakt lagere aanvoertemperaturen mogelijk door actieve convectie
    • Vooral zinvol bij te kleine bestaande radiatoren
  3. Analyse per ruimte

    • Overzicht van alle ruimtes met Soll-/Ist-vergelijking
    • Kleurcodering: 🟢 voldoende, 🟡 krap, 🔴 onvoldoende
    • Concrete aanbevelingen per ruimte:
      • Radiator vergroten
      • Extra afgiftesysteem (vloerverwarming)
      • Ventilatorconvector toepassen

Getoonde kengetallen:

Kengetal Beschrijving
Huidige aanvoertemp. Uw ingestelde aanvoertemperatuur
Mogelijke aanvoertemp. Laagste haalbare aanvoertemperatuur
Energiebesparing Procentuele besparing bij lagere aanvoer
Huidige jaarwarmtebehoefte Energiebehoefte bij huidige aanvoertemperatuur
Geoptimaliseerde jaarwarmtebehoefte Energiebehoefte na optimalisatie

Tip voor warmtepompen: Een verlaging van de aanvoertemperatuur met 5 K verhoogt de seizoensprestatie (SCOP/JAZ) van de warmtepomp vaak met circa 10-15%. Bij een verlaging van 55°C naar 45°C kan het stroomverbruik met tot wel 25% dalen.

Ruimtedetails

Voor elke ruimte wordt getoond:

  • ts: gewenste ruimtetemperatuur [°C]
  • ΔT: temperatuurverschil (θi - θe) [K]
  • tr: transmissiewarmteverlies van de ruimte [kW]
  • v: ventilatiewarmteverlies van de ruimte [kW]
  • R: ruimteverwarmingslast [kW]
  • Soll: benodigde warmteafgifte van de radiatoren/vloerverwarming [kW]
  • Ist: werkelijk beschikbare radiatorcapaciteit [kW] (indien radiatoren gedefinieerd)
  • Diff: verschil tussen Soll en Ist [kW]

Statusweergave:

  • 🟢 Voldoende: Ist-vermogen ≥ Soll-vermogen
  • 🔴 Te laag: Ist-vermogen < Soll-vermogen (radiator ondergedimensioneerd)

4.2 Optimale aanvoertemperatuur

Klik op "Optimale aanvoertemperatuur berekenen" om de ideale systeemtemperatuur te bepalen.

De rekenaar bepaalt de laagste aanvoertemperatuur waarbij alle ruimtes hun benodigde vermogen halen. Dit gebeurt door iteratief verschillende aanvoertemperaturen te testen en de resulterende radiatorvermogens te berekenen.

Resultaat:

  • Aanbevolen aanvoertemperatuur θVL [°C]
  • Retourtemperatuur θRL [°C] (op basis van de spreiding)
  • Kritische ruimte: de ruimte met de laagste dekking (limiterende factor)
  • Ruimtedekking: tabeloverzicht met Soll- en Ist-vermogens bij optimale aanvoertemperatuur

Interpretatie:

  • Lage aanvoertemperatuur (35-45°C): ideaal voor warmtepompen, hoge efficiëntie (COP/SCOP)
  • Middelhoge aanvoertemperatuur (55-70°C): standaard voor radiatorsystemen
  • Hoge aanvoertemperatuur (>70°C): kan wijzen op ondergedimensioneerde radiatoren

Is de berekende optimale aanvoertemperatuur zeer hoog (>65°C), controleer dan of de radiatoren voldoende groot zijn of dat grotere/extra afgiftesystemen nodig zijn.

4.3 PDF-export 📄

Via de knop "Volledig PDF-rapport exporteren" kunt u een uitgebreid rapport in PDF-formaat genereren.

Het PDF-rapport bevat:

  1. Samenvatting (pagina 1)

    • Projectgegevens (naam, adres, datum)
    • Klimaatgegevens (ontwerp-buitentemperatuur, luchtwisselingsfactor)
    • Gebouwgegevens (netto volume, verwarmd vloeroppervlak)
    • Verwarmingslasten (transmissie, ventilatie, ruimteverwarmingslast, gebouwverwarmingslast)
    • Systeemgegevens (aanvoertemperatuur, spreiding)
  2. Gedetailleerde ruimte-uitwerking (1 pagina per ruimte)

    • Ruimtegegevens (gewenste temperatuur, volume, oppervlak)
    • Transmissieverliezen per bouwdeel met alle parameters:
      • Categorie, type, oppervlak, U-waarde, koudebrugtoeslag, ΔT, warmteverlies
    • Ventilatieverliezen (infiltratie, mechanische ventilatie, overstroom)
    • Ruimteverwarmingslast en benodigde radiatorcapaciteit
    • Radiatortabel (indien gedefinieerd) met Soll-/Ist-vergelijking
  3. Jaarverloop warmtebehoefte (1 pagina)

    • KPI-overzicht:
      • Totale warmtebehoefte [kWh/jaar]
      • Stookuren per jaar
      • Stookgrens­temperatuur
      • Maximale warmtebehoefte [kW]
    • Maandelijkse tabel:
      • Maand, stookuren, gem. temperatuur, warmtebehoefte, max. last
    • Uitlegbox: verschil tussen verwarmingslast en warmtebehoefte
  4. Renovatievoorstellen gebouwschil (1 pagina)

    • Overzicht van besparingspotentieel:
      • Totale energiebesparing [kWh/jaar]
      • Totale reductie verwarmingslast [kW]
      • Ontwerp-buitentemperatuur, graaddagen
    • Tabel met optimalisatiepotentieel:
      • Bouwdeelgroep, oppervlak, U-waarde IST, U-waarde SOLL, besparing, ΔQ
    • Toelichting op gebruikte doel-U-waarden en methode
  5. Disclaimer (laatste pagina)

    • Verwijzing naar NEN-EN 12831-1 als rekenbasis
    • Disclaimer over afwijkingen en aansprakelijkheid
    • Aanbeveling tot controle door een vakbekwaam ontwerper
    • Aanmaakdatum en projectcode

Formaat en lay-out:

  • A4 staand
  • Overzichtelijke tabellen met kleurcodering
  • Professionele opmaak met kopteksten en paginanummers
  • Alle waarden met correcte eenheden
  • Volledig meertalig (taal volgt de gebruikersinterface)

De PDF-export is zeer geschikt als documentatie voor opdrachtgevers, architecten of installateurs. Alle rekenstappen en parameters zijn volledig gedocumenteerd en controleerbaar.

4.4 Gedetailleerde resultaten

Klik op "Gedetailleerde weergave" voor een uitgebreide uitsplitsing:

Gebouwgegevens

  • Netto volume (luchtvolume) [m³]
  • Verwarmd netto vloeroppervlak [m²]

Warmteverliezen per categorie

Transmissie:

  • naar buitenlucht [W]
  • naar grond [W]
  • naar onverwarmde ruimtes [W]
  • som [W]

Ventilatie:

  • som [W]

Verwarmingslast

  • Ruimteverwarmingslast (som) [W]
  • Gebouwverwarmingslast volgens NEN-EN 12831-1 [W]

Gedetailleerde ruimte-uitwerking

Voor elke ruimte:

  • Transmissieverliezen per bouwdeel (wanden, ramen, deuren, vloeren, plafonds)
  • Ventilatieverlies
  • Radiatoren (indien gedefinieerd):
    • Type, afmetingen
    • Normvermogen bij 75/65/20
    • Exponent n
    • Berekend Ist-vermogen

PDF-export

Klik op "PDF exporteren" om een volledig rekenrapport als PDF te downloaden.


Radiator­dimensionering

5.1 Radiatorvermogen berekenen

De rekenaar gebruikt de exponentiële formule volgens EN 442 voor de berekening van het radiatorvermogen:

Φ = Φn · (Δθm / Δθn)^n

Parameters:

  • Φ = werkelijk vermogen bij bedrijfstemperaturen [W]
  • Φn = normvermogen bij 75/65/20 [W]
  • Δθm = gemiddelde overtemperatuur bij bedrijfstemperaturen [K]
  • Δθn = gemiddelde overtemperatuur bij normcondities (50 K)
  • n = radiatorexponent (typisch 1,25-1,35)

Gemiddelde overtemperatuur

Δθm = ((θVL + θRL) / 2) - θi
  • θVL = aanvoertemperatuur [°C]
  • θRL = retourtemperatuur [°C]
  • θi = ruimtetemperatuur [°C]

Voorbeeld:

  • Aanvoer: 55°C
  • Retour: 45°C (spreiding 10 K)
  • Ruimtetemperatuur: 20°C
Δθm = ((55 + 45) / 2) - 20 = 50 - 20 = 30 K

Bij normcondities (75/65/20):

Δθn = ((75 + 65) / 2) - 20 = 70 - 20 = 50 K

Als normvermogen Φn = 1000 W en exponent n = 1,3:

Φ = 1000 · (30 / 50)^1,3 = 1000 · 0,6^1,3 ≈ 508 W

Belangrijk: Bij lagere aanvoertemperaturen daalt het radiatorvermogen aanzienlijk. Een verlaging van 75°C naar 55°C kan tot circa 50% minder vermogen leiden.

5.2 Radiatoren toevoegen

In de ruimteweergave kunt u radiatoren definiëren:

  1. Radiatortype kiezen: uit catalogus of handmatig

  2. Afmetingen instellen:

    • Lengte [mm]
    • Hoogte [mm]
    • Type (bijv. K21, K22, K33 voor plaatradiatoren)
  3. Normvermogen wordt automatisch uit de catalogus geladen (bij 75/65/20)

  4. Exponent n (typisch 1,3)

  5. Klik op "Vermogen berekenen" om het Ist-vermogen bij uw aanvoertemperatuur te bepalen

U kunt meerdere radiatoren per ruimte definiëren. Het totale vermogen is de som van alle radiatoren in de ruimte.

5.3 Radiatortypen

Plaatradiatoren:

  • K10 / K11: 1 plaat, 0-1 convectielamellen
  • K20 / K21 / K22: 2 platen, 0-2 convectielamellen
  • K30 / K33: 3 platen, 3 convectielamellen

Vuistregel: Meer platen en convectielamellen = hoger vermogen bij gelijke afmetingen, maar ook hogere waterdoorstroming nodig.


Tips en best practices

6.1 Realistische invoergegevens

  • Gebruik netto binnenmaten bij handmatige invoer (geen buitenmaten)
  • Houd rekening met raam- en deuroppervlakken: trek deze af van de wandoppervlakken
  • Plausibiliteitscontrole: vergelijk het berekende verwarmde netto vloeroppervlak met de werkelijke gebruiksoppervlakte

6.2 U-waarden realistisch kiezen

De automatisch gekozen U-waarden zijn gebaseerd op typische constructies. Als u betere informatie hebt (bijv. uit een energielabel, EPB-/EP-rapport of renovatiedocumentatie):

  • Gebruik de werkelijke U-waarden
  • Bij renovaties: stel de U-waarden in van de gerenoveerde bouwdelen

6.3 Correctiefactoren juist instellen

Veelgemaakte fouten:

  • ❌ Verdiepingsvloeren tussen verwarmde ruimtes met fT = 1,0 (leidt tot dubbel geteld warmteverlies)
  • ❌ Kelderplafond boven verwarmde kelder met fT = 0,5

Correct:

  • ✅ Verdiepingsvloer BG naar 1e verdieping: fT = 0,0 (beide ruimtes verwarmd)
  • ✅ Kelderplafond boven verwarmde kelder: fT = 0,0
  • ✅ Bovenste verdiepingsvloer naar onverwarmde dakruimte: fT = 0,5
  • ✅ Buitenmuren: fT = 1,0

6.4 Luchtwisselingsfactoren

Gebouwtoestand Luchtwisselingsfactor n [1/h]
Oudbouw (on­geïsoleerd) 0,7 - 1,0
Standaard (conform recente bouwvoorschriften) 0,5
Zeer luchtdicht / bijna-energieneutraal 0,3 - 0,4
Met ventilatiesysteem + WTW (ca. 60%) 0,3
Met ventilatiesysteem + WTW (ca. 80%) 0,2

6.5 Optimalisatie voor warmtepompen

Voor een efficiënt warmtepompbedrijf:

  1. Streef naar lage aanvoertemperaturen (max. ca. 45°C voor hoge COP/SCOP)
  2. Gebruik grote afgifteoppervlakken (vloerverwarming, wandverwarming)
  3. Dimensioneer radiatoren ruim (1,5-2× het normvermogen bij 75/65/20)
  4. Bereken de optimale aanvoertemperatuur en controleer of deze laag genoeg is

Ligt de optimale aanvoertemperatuur >55°C, dan zijn de radiatoren waarschijnlijk te klein voor efficiënt warmtepompbedrijf. Overweeg vervanging of uitbreiding van de afgiftesystemen.


Veelgestelde vragen (FAQ)

Waarom is mijn gebouwverwarmingslast hoger dan de som van de ruimteverwarmingslasten?

De gebouwverwarmingslast (Q̇HL,G) bevat een toeslag (typisch 100% op de ventilatieverliezen) om opwarmprocessen en systeemverliezen af te dekken. De formule luidt:

Q̇HL,G = Σ Q̇trans + 2 · Σ Q̇vent

Dit is conform NEN-EN 12831-1.

Welke ontwerp-buitentemperatuur is correct?

De ontwerp-buitentemperatuur is locatieafhankelijk. De rekenaar bepaalt deze automatisch, maar de waarden kunnen afwijken van officiële normtabellen. Voor normconforme berekeningen:

  • In Nederland: raadpleeg de klimaatgegevens in NEN-EN 12831-1/NPR 3378 of de klimaatgegevens die in de NTA 8800-documentatie worden gebruikt.
  • In Vlaanderen: gebruik de klimaatgegevens die in de officiële EPB-software van de Vlaamse overheid zijn opgenomen.

Waarom tonen verdiepingsvloeren tussen verwarmde ruimtes warmteverliezen?

Dit is een invoerfout. Stel de correctiefactor voor bouwdelen tussen verwarmde ruimtes in op fT = 0,0. Dan wordt er geen warmteverlies berekend.

In de wizard worden deze bouwdelen automatisch correct met fT = 0,0 aangemaakt en als "vloer tussen verwarmde ruimtes" resp. "plafond tussen verwarmde ruimtes" aangeduid.

Hoe dimensioneer ik radiatoren voor warmtepompbedrijf?

Voor warmtepompen met aanvoertemperaturen van 35-45°C moeten radiatoren aanzienlijk groter worden gedimensioneerd dan bij 75/65/20:

  • Factor 1,5-2,0 ten opzichte van het normvermogen
  • Gebruik de functie "Optimale aanvoertemperatuur" om de benodigde systeemtemperatuur te bepalen
  • Alternatief: aanvullen met vloerverwarming of wandverwarming

Kan ik de berekening als PDF exporteren?

Ja, klik in de "Gedetailleerde weergave" op "PDF exporteren". De PDF bevat alle invoergegevens, rekenresultaten en een uitsplitsing per ruimte.


Achtergrondinformatie

8.1 Verschil: verwarmingslast vs. warmtebehoefte

Verwarmingslast Warmtebehoefte
Vermogen [kW] Energie [kWh/a]
Maximaal warmtevermogen bij ontwerpconditie Jaarlijkse warmte-energiebehoefte
Stationaire toestand (worst case) Dynamisch over de stookperiode
Voor dimensionering van warmteopwekker Voor energiebalans en verbruiksprognose
Volgens NEN-EN 12831-1 Volgens NTA 8800 / EPB-methodiek

Voorbeeld:

  • Verwarmingslast: 8 kW (bij -12°C buitentemperatuur)
  • Jaarwarmtebehoefte: 15.000 kWh/a

De verwarmingslast van 8 kW wordt slechts op enkele zeer koude momenten per jaar gevraagd. Het gemiddelde vermogen over de stookperiode ligt duidelijk lager.

8.2 Historische ontwikkeling van U-waarden

Periode Buitenmuur [W/(m²·K)] Ramen [W/(m²·K)] Dak [W/(m²·K)]
vóór 1980 1,0 - 1,5 2,5 - 3,5 0,8 - 1,2
1980-1995 0,6 - 1,0 2,0 - 3,0 0,4 - 0,8
1995-2001 0,5 - 0,7 1,5 - 2,0 0,3 - 0,4
2002-2008 0,35 - 0,5 1,3 - 1,7 0,22 - 0,3
2009-2015 0,24 - 0,35 1,1 - 1,4 0,18 - 0,24
2016-2020 0,24 - 0,28 0,95 - 1,3 0,18 - 0,20
vanaf 2021 0,20 - 0,24 0,90 - 1,1 0,14 - 0,18

(De waarden zijn indicatief en sluiten aan bij gebruikelijke niveaus in Nederlandse en Vlaamse bouwpraktijk.)

8.3 Typische gewenste ruimtetemperaturen

Ruimtetype Gewenste temperatuur θi [°C]
Woonkamer 20 - 22
Slaapkamer 16 - 18
Kinderkamer 20 - 22
Badkamer 22 - 24
Keuken 18 - 20
Hal/gang 15 - 18
Kelder (verwarmd) 12 - 15
Berging 12 - 15

9. Verdere informatie

Normen en regelgeving

  • NEN-EN 12831-1: Energieprestatie van gebouwen – Methode voor berekening van de ontwerp-verwarmingslast
  • EN ISO 6946 / NEN-EN ISO 6946: Bouwdelen – Warmtedoorgangscoëfficiënten (U-waarden) – Rekenmethode
  • EN 442: Radiatoren en convectoren – Technische specificaties en vermogen
  • NTA 8800 (Nederland): Bepaling energieprestatie van gebouwen (basis voor energielabels en BENG-eisen)
  • EPB-regelgeving Vlaanderen: Energieprestatieregelgeving voor gebouwen (E-peil, S-peil, Umax, etc.)

Energieprestatie-eisen en labels:

  • Nederland

    • Nieuwbouw: BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) met indicatoren BENG 1–3 en TOjuli, vastgelegd in het Bouwbesluit / Besluit bouwwerken leefomgeving en uitgewerkt in NTA 8800.
    • Energielabel: verplicht bij verkoop/verhuur; opgesteld door een gecertificeerde EP-adviseur (BRL 9500).
    • U-waarden en isolatieniveaus worden indirect via BENG en Rc-eisen gestuurd (bijv. Rc ≥ 4,7 m²K/W voor gevels, Rc ≥ 6,3 m²K/W voor daken bij nieuwbouw).
  • Vlaanderen (België)

    • Nieuwbouw en ingrijpende renovatie: EPB-eisen (E-peil, S-peil, Umax-waarden) volgens de Vlaamse energieprestatieregelgeving.
    • Energieprestatiecertificaat (EPC): verplicht bij verkoop/verhuur; opgesteld door een erkend energiedeskundige type A.
    • Umax-waarden voor nieuwbouw (indicatief): buitenmuur ca. 0,24 W/(m²·K), dak ca. 0,20 W/(m²·K), vloer ca. 0,24 W/(m²·K), ramen ca. 1,5 W/(m²·K) – exacte waarden volgens actuele EPB-regels.

Warmtepompstandaarden (relevant voor NL/BE):

  • EN 14511 / EN 14825: Prestatiebepaling van warmtepompen (COP, SCOP, seizoensrendement)
  • EN 16147: Warmtepompen voor sanitair warm water
  • In Nederland worden deze normen toegepast binnen de ISDE-subsidievoorwaarden en de NTA 8800-rekenmethodiek; in Vlaanderen binnen de EPB-/EPC-methodiek en premies van Fluvius.

Subsidies en financiële stimulansen (overzicht)

Nederland (globaal beeld, controleer actuele voorwaarden):

  • ISDE (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing)
    • Voor o.a. warmtepompen, zonneboilers, isolatiemaatregelen en aansluiting op warmtenetten.
    • Subsidiebedragen voor warmtepompen variëren grofweg van enkele honderden tot enkele duizenden euro’s, afhankelijk van type en vermogen.
  • SVVE / SEEH-achtige regelingen voor VvE’s
    • Subsidie voor isolatie en collectieve installaties (warmtepompen, ventilatie met WTW) bij Verenigingen van Eigenaars.
  • Lokale regelingen
    • Gemeenten en provincies bieden soms extra leningen of subsidies (bijv. duurzaamheidslening, energiebespaarlening via het Nationaal Warmtefonds).

Vlaanderen (globaal beeld, controleer actuele voorwaarden):

  • Mijn VerbouwPremie
    • Premies voor isolatie (dak, gevel, vloer), hoogrendementsbeglazing, warmtepompen, warmtepompboilers, zonneboilers, enz.
    • Premiehoogte afhankelijk van inkomenscategorie, type maatregel en woningtype.
  • Fluvius-premies
    • Netbeheerderpremies voor o.a. warmtepompen, warmtepompboilers, zonneboilers en isolatie (deels geïntegreerd in Mijn VerbouwPremie).
  • EPC-labelpremie
    • Extra premie bij grondige energetische renovatie die leidt tot een sterke verbetering van het EPC-label.

Let op: Subsidievoorwaarden, bedragen en technische eisen (bijv. minimale SCOP, maximale U-waarden) wijzigen regelmatig. Raadpleeg voor Nederland o.a. rvo.nl en voor Vlaanderen energiesparen.be / fluvius.be voor de meest actuele informatie.

Verdere links


Laatste update: december 2025