Thermische bruggen: oorzaken, gevolgen & oplossingen icoon

Thermische bruggen: de verborgen warmteverliezen

Thermische bruggen zijn plekken in de gebouwschil waar meer warmte naar buiten stroomt dan via de aangrenzende constructiedelen. Dit artikel legt de oorzaken van thermische bruggen uit, toont gevolgen zoals een hogere warmtevraag en schimmelrisico en biedt praktische oplossingen om ze te vermijden – met verwijzing naar de relevante normen en regels in Nederland en Vlaanderen.

Wat is een thermische brug?

Een thermische brug ontstaat wanneer de warmtestroom op een bepaalde plaats geconcentreerd of versneld wordt. Dat gebeurt door:

  • Geometrische effecten: hoeken, randen, uitkragingen
  • Materiaalovergangen: goed geleidend materiaal onderbreekt de isolatie
  • Constructieve zwaktes: ontbrekende of onderbroken isolatielaag

Analogie: Denk aan een trui met gaten. Door de gaten komt veel meer kou naar binnen dan door de rest van de stof – dat zijn de "thermische bruggen" in de trui.

De drie soorten thermische bruggen

1. Geometrische thermische bruggen

Ontstaan door de vorm van het gebouw:

Plaats Probleem Typisch verlies
Buitenshoeken Meer buitenoppervlak dan binnenoppervlak 5-15% meer
Gebouwranden Versterkte warmtestroom 5-10% meer
Attica / opstanden Groot blootgesteld oppervlak 10-20% meer

Compacte gebouwen hebben minder geometrische thermische bruggen. Een kubus heeft de gunstigste verhouding tussen oppervlak en volume.

2. Materiaalgebonden thermische bruggen

Ontstaan door materiaalwissels in de constructie:

Plaats Oorzaak Voorbeeld
Stalen liggers Staal geleidt ca. 50× beter dan isolatie Balkons, luifels
Ringbalk / randbalk Beton onderbreekt de isolatielaag Aansluiting vloer–gevel
Raamkaders Aluminium zonder thermische onderbreking Oude metalen ramen

3. Constructieve thermische bruggen

Ontstaan door detailoplossingen in de bouw:

Plaats Probleem
Raamaansluitingen Isolatielaag stopt bij het kader
Rolluikkasten Vaak niet of slecht geïsoleerd
Voet van de gevel Overgang wand/fundering of vloerplaat
Dakvoet / dakrand Overgang wand/dak
Balkonplaten Uitkragende gewapende betonplaten

Beoordeling van thermische bruggen

De ψ-waarde (psi-waarde)

De lineaire warmtedoorgangscoëfficiënt ψ (psi) beschrijft het extra warmteverlies per meter lengte van een thermische brug:

Definitie: ψ geeft de extra warmtestroom in watt aan die per 1 meter lengte van de thermische brug bij 1 kelvin temperatuurverschil verloren gaat.

Eenheid: W/(m·K)

ψ-waarde Beoordeling Voorbeeld
< 0,01 Thermische-brugvrij detail Passiefhuisdetail
0,01-0,05 Zeer goed Geoptimaliseerd detail
0,05-0,10 Goed Standaard nieuwbouw
0,10-0,20 Matig Eenvoudige nieuwbouw
> 0,20 Slecht Niet-geoptimaliseerde aansluiting

De χ-waarde (chi-waarde)

De puntvormige warmtedoorgangscoëfficiënt χ (chi) beschrijft puntvormige thermische bruggen zoals pluggen of bevestigers:

Eenheid: W/K

Voorbeeld: pluggen door de gevelisolatie

  • 1 plug met χ = 0,004 W/K
  • Bij 100 pluggen: 0,4 W/K extra warmteverlies

De warmtebrugtoeslag ΔUWB

Voor vereenvoudigde berekeningen wordt vaak een globale warmtebrugtoeslag gebruikt:

Bouwniveau ΔUWB Toepassing
Standaardwaarden 0,10 W/m²K Globale toeslag op alle constructiedelen
Detailberekening 0,05 W/m²K Constructief geoptimaliseerde details
Thermische-brugvrij 0,00 W/m²K Alle details aangetoond met ψ ≤ 0,01
Ongeïsoleerde bestaande bouw 0,15 W/m²K Veel niet-geoptimaliseerde details

Let op: Een warmtebrugtoeslag van 0,10 W/m²K kan de transmissiewarmteverliezen met 20-40% verhogen!

De meest kritische thermische bruggen

1. Balkons en loggia’s

Het probleem: Uitkragende betonplaten doorboren de isolatieschil volledig.

Situatie ψ-waarde
Zonder thermische onderbreking 0,5-1,0 W/mK
Met thermische onderbrekingselement (bijv. Isokorf®) 0,15-0,20 W/mK
Aangebouwd balkon op eigen draagconstructie 0,05 W/mK

Oplossing:

  • Thermisch onderbroken aansluit­elementen (bijv. Isokorf®, Schöck®)
  • Aangebouwde balkons op eigen kolommen
  • Loggia’s in plaats van uitkragende balkons

2. Raamaansluitingen

Het probleem: De isolatielaag eindigt bij het raamkader; de overgang is kritisch.

Inbouwsituatie ψ-waarde
Raam in dagkant zonder isolatie 0,10-0,15 W/mK
Raam met dagkantisolatie 0,03-0,06 W/mK
Raam in de isolatielaag (buitenzijde, luchtdicht gemonteerd) 0,01-0,03 W/mK

Oplossing:

  • Ramen zoveel mogelijk in de isolatielaag plaatsen
  • Dagkantisolatie tot tegen het kader doorvoeren
  • Luchtdichte montage met geschikte tapes en compribanden

3. Rolluikkasten

Het probleem: Oude rolluikkasten zijn vaak niet geïsoleerd of slechts met dun EPS.

Toestand Warmteverlies
Niet geïsoleerd 30-50 W per kast (!)
Slecht geïsoleerd 15-25 W per kast
Goed geïsoleerd 5-10 W per kast

Oplossing:

  • Achteraf isoleren van bestaande rolluikkasten
  • Bij renovatie: opzetrolluiken of voorzetrolluiken toepassen
  • Aandacht voor luchtdichting bij banddoorvoeren en inspectieluiken

4. Gebouwsokkel / voet van de gevel

Het probleem: De overgang van vloerplaat of fundering naar de buitenmuur is constructief lastig.

Uitvoering ψ-waarde
Zonder perimeterisolatie 0,3-0,5 W/mK
Met perimeterisolatie 0,1-0,2 W/mK
Geoptimaliseerd (bijv. thermische funderingsoplossing) 0,03-0,08 W/mK

5. Buitenshoeken

Het probleem: Door de geometrie gaat in hoeken meer warmte verloren.

Wanddikte/isolatie ψ-waarde
Dunne isolatie 0,05-0,10 W/mK
Dikke isolatie 0,02-0,05 W/mK
Passiefhuisniveau < 0,01 W/mK

Thermische bruggen en vochtschade

Thermische bruggen zijn niet alleen een energieprobleem – ze zorgen ook voor lagere binnenoppervlaktetemperaturen:

Kritische situatie: Als de binnenoppervlaktetemperatuur onder het dauwpunt van de binnenlucht komt, condenseert vocht → schimmelrisico!

De fRsi-waarde

De temperatuurfactor fRsi beoordeelt het risico op schimmelvorming:

Formule: fRsi = (θsi - θe) / (θi - θe)

  • θsi = binnenoppervlaktetemperatuur
  • θi = ruimtetemperatuur
  • θe = buitentemperatuur
fRsi Beoordeling Betekenis
≥ 0,70 Kritisch Schimmelgevaar!
≥ 0,75 Minimumniveau volgens veel Europese richtlijnen Ondergrens voor toelaatbare details
≥ 0,85 Goed Laag risico
≥ 0,95 Zeer goed Praktisch geen risico

In Nederland en Vlaanderen wordt het risico op oppervlaktecondens en schimmel in EPB-/BENG-berekeningen en detailstudies doorgaans beoordeeld volgens NEN-EN ISO 13788 (hygrothermisch gedrag) en NEN-EN ISO 10211 (warmtestroom in details). De hier gebruikte fRsi-grenswaarden sluiten aan bij deze Europese benadering.

Voorbeeld: buitenshoek

Bij 20°C binnen, -10°C buiten en fRsi = 0,70:

θsi = fRsi × (θi - θe) + θe = 0,70 × 30 + (-10) = 11°C

Bij typische binnenlucht (20°C, 50% relatieve vochtigheid) ligt het dauwpunt rond 9,3°C – net voldoende veilig.

Bij 60% relatieve vochtigheid stijgt het dauwpunt naar ca. 12,0°Cschimmelgevaar!

Rekenvoorbeeld: warmtebrugtoeslag

Een eengezinswoning met:

  • Buitenwandoppervlak: 150 m²
  • Wandopbouw met U = 0,24 W/m²K

Zonder warmtebrugtoeslag

HT,wand = 150 × 0,24 = 36 W/K

Met standaardtoeslag (ΔUWB = 0,10 W/m²K)

HT,wand = 150 × (0,24 + 0,10) = 150 × 0,34 = 51 W/K

Toename: +42%!

Met geoptimaliseerde details (ΔUWB = 0,05 W/m²K)

HT,wand = 150 × (0,24 + 0,05) = 150 × 0,29 = 43,5 W/K

Maatregelen om thermische bruggen te beperken

Bij nieuwbouw

Maatregel Effect Meerprijs
Compacte gebouwvorm -5 tot -15% thermische bruggen Geen
Thermisch onderbroken balkons -70 tot -80% thermische brugverliezen 150-300 €/m
Ramen in de isolatielaag plaatsen -50 tot -70% thermische brugverliezen 10-20 €/m
Doorlopende isolatieschil -30 tot -50% thermische brugverliezen Extra ontwerp- en uitvoeringszorg

Bij renovatie

Maatregel Effect Kosten
Isolatie rolluikkasten -50 tot -70% 50-100 €/stuk
Dagkantisolatie bij ramen -30 tot -50% 30-50 €/m
Lokale binnenisolatie rond koude hoeken -20 tot -40% 40-80 €/m²
Sokkel-/perimeterisolatie -30 tot -50% 80-120 €/m²

Praktijktip: Let bij raamvervanging altijd op dagkantisolatie. Zonder extra isolatie rond het kader kan de thermische brug juist slechter worden, vooral als de gevel verder wordt nageïsoleerd.

Thermische bruggen in warmtevraag- en EPB-/BENG-berekeningen

In Nederland en Vlaanderen worden thermische bruggen meegenomen in de berekening van de warmtevraag en de energieprestatie van gebouwen:

  • In Nederland gebeurt dit via de BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) en de bepalingsmethode NTA 8800. Thermische bruggen worden daar meestal verwerkt via:

    • Globale toeslag op de U-waarden (vergelijkbaar met ΔUWB = 0,05-0,15 W/m²K)
    • Of via detailberekeningen volgens NEN-EN ISO 10211 en NEN-EN ISO 14683, waarmee specifieke ψ- en χ-waarden worden bepaald.
  • In Vlaanderen maakt de EPB-regelgeving (Energieprestatie en Binnenklimaat) gebruik van:

    • Standaard ψ-waarden uit de EPB-databank voor veelvoorkomende aansluitdetails
    • Of projectspecifieke detailstudies volgens NBN EN ISO 10211 en NBN EN ISO 14683, waarmee lagere ψ-waarden en dus een betere E-peil-score haalbaar zijn.

Ons warmteverlies- en verwarmingslast-rekenhulpmiddel kan op vergelijkbare wijze met thermische bruggen omgaan:

  • Globale toeslag naar bouwstandaard (0,05-0,15 W/m²K)
  • Automatische inschatting op basis van bouwjaar
  • Renovatie-adviezen om thermische bruggen te beperken

Nu berekenen: Bekijk het effect van thermische bruggen op uw warmtevraag met onze verwarmingslast-calculator. Voor Nederlandse en Vlaamse projecten kunt u de uitkomst naast uw BENG- of EPB-berekening leggen.


Relevante normen en regelgeving in Nederland en Vlaanderen

In de oorspronkelijke Duitse context worden thermische bruggen onder meer behandeld in DIN-normen. In Nederland en Vlaanderen gelden grotendeels geharmoniseerde Europese normen, aangevuld met nationale regels:

Nederland

  • Warmteverlies- en warmtevraagberekening

    • NTA 8800 – bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen (vervangt o.a. NEN 7120)
    • Voor gedetailleerde verwarmingslastberekeningen wordt vaak nog aangesloten bij NEN-EN 12831 (verwarmingssystemen in gebouwen – berekening van de ontwerp-warmtebelasting).
  • U-waarden en constructies

    • NEN-EN ISO 6946 – warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) van bouwdelen
    • NEN-EN ISO 10211 en NEN-EN ISO 14683 – berekening en catalogi van thermische bruggen.
  • Energieprestatie en minimale eisen

    • Bouwbesluit 2012 (overgaand naar de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving) met:
    • BENG-eisen (BENG 1, 2 en 3) voor nieuwbouw
    • Minimale isolatiewaarden (U-waarden) voor daken, gevels, vloeren en ramen.
    • Energielabel voor gebouwen verplicht bij verkoop, verhuur en oplevering.

Vlaanderen (België)

  • Energieprestatie en binnenklimaat (EPB)

    • EPB-regelgeving Vlaanderen (E-peil, S-peil, netto-energiebehoefte) met:
    • Minimale isolatie-eisen (Umax) voor daken, muren, vloeren en schrijnwerk
    • Rekening houdend met thermische bruggen via standaard- of detailwaarden.
  • Normen voor thermische berekeningen

    • NBN EN ISO 6946 – U-waarde van bouwdelen
    • NBN EN ISO 10211 en NBN EN ISO 14683 – thermische bruggen
    • NBN EN ISO 13788 – beoordeling van oppervlaktecondens en schimmelrisico.
  • Energieprestatiecertificaat (EPC)

    • Verplicht EPC bij verkoop en verhuur van woningen en niet-residentiële gebouwen
    • Thermische bruggen beïnvloeden de berekende energieprestatie en dus de EPC-score.

Subsidies en financiële steun voor het beperken van warmteverliezen

Thermische bruggen verminderen betekent meestal: beter isoleren en details verbeteren. In zowel Nederland als Vlaanderen bestaan hiervoor ondersteuningsregelingen.

Nederland

  • ISDE (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing)

    • Voor eigenaar-bewoners en VvE’s
    • Subsidie voor o.a. isolatiemaatregelen (gevel, dak, vloer, glas) en warmtepompen
    • Hoogte van de subsidie per m² of per installatie; vaak hogere bedragen bij combinatie van meerdere maatregelen.
  • SEEH / VvE-regelingen

    • Voor Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) zijn er specifieke subsidies voor collectieve isolatieprojecten en energieadvies.
  • Lokale subsidies

    • Veel gemeenten en provincies bieden extra steun voor isolatie, gevelrenovatie en energieadvies
    • Actuele informatie: landelijke subsidiewijzer van de Rijksoverheid en gemeentelijke websites.

Vlaanderen

  • Mijn VerbouwPremie

    • Eén geïntegreerde premie voor renovatie en energiebesparing
    • Onder meer voor:
    • Gevelisolatie (buiten- of binnenzijde)
    • Dak- en vloerisolatie
    • Hoogrendementsbeglazing en schrijnwerk
    • Premiebedragen afhankelijk van inkomenscategorie, woningtype en uitgevoerde maatregel.
  • EPC-labelpremie

    • Extra premie bij het sterk verbeteren van het EPC-label van een woning (bijvoorbeeld van label E/F/G naar A/B/C)
    • Combinatie van isolatiemaatregelen en detailverbeteringen (thermische bruggen) helpt om een beter label te halen.
  • Netbeheerder- en gemeentepremies

    • Fluvius en sommige gemeenten bieden bijkomende steun voor isolatie, energie-audits en renovatiebegeleiding.

In zowel Nederland als Vlaanderen geldt: maatregelen die thermische bruggen verminderen (zoals gevel- en dakisolatie, vervanging van ramen, geïsoleerde balkonaansluitingen) dragen direct bij aan een betere energieprestatie en komen vaak in aanmerking voor subsidies of premies. Raadpleeg altijd de actuele voorwaarden, omdat bedragen en criteria regelmatig worden aangepast.


Verdere artikelen


Bronnen

  • NEN-EN ISO 10211 / NBN EN ISO 10211 – Warmtestromen en oppervlaktetemperaturen in bouwkundige details
  • NEN-EN ISO 6946 / NBN EN ISO 6946 – Warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) van bouwdelen
  • NEN-EN ISO 14683 / NBN EN ISO 14683 – Lineaire warmtedoorgangscoëfficiënten (ψ-waarden) voor thermische bruggen
  • NTA 8800 – Bepalingsmethode energieprestatie gebouwen (NL)
  • EPB-regelgeving Vlaanderen – Energieprestatie en Binnenklimaat
  • Passiefhuis-instituten (o.a. Passiefhuis Platform vzw, Passive House Institute) – Aanbevolen constructiedetails en ψ-waarden