Bereken uw PV-opbrengst Bereken gratis de stroomopbrengst, het eigenverbruik en de rentabiliteit van uw zonne-installatie.
Naar de zonnecalculator →
Eigenverbruik optimaliseren: zo benut u meer zonnestroom zelf Icon

Eigenverbruik optimaliseren: zo benut u meer zonnestroom zelf

Een typische 10-kWp-installatie produceert circa 10.000 kWh stroom per jaar. Zonder gerichte maatregelen verbruikt het huishouden daarvan slechts 25–35 %. De rest neemt het elektriciteitsnet af voor 7,78 cent per kilowattuur. Elke zelf verbruikte kilowattuur vervangt daarentegen netstroom van 35 cent – een verschil van 27 cent per kilowattuur dat over de levensduur van een PV-installatie tienduizenden euro's uitmaakt.

Dit artikel legt uit wat eigenverbruik en autarkiegraad betekenen, waarom het eigenverbruik de beslissende rendabiliteitsfactor is geworden, en welke vijf hefbomen het van 25 naar meer dan 80 procent kunnen verhogen.


Eigenverbruik en autarkiegraad – twee kengetallen, één doel

In de praktijk worden twee kengetallen gebruikt die vaak worden verwisseld. Ze beschrijven verschillende perspectieven op hetzelfde vraagstuk.

De eigenverbruiksquote geeft aan welk aandeel van de opgewekte zonnestroom direct in het huishouden wordt verbruikt:

Eigenverbruiksquote (%) = Eigenverbruik ÷ PV-opwekking × 100

De autarkiegraad bekijkt de andere kant: welk aandeel van de stroombehoefte wordt door de PV-installatie gedekt?

Autarkiegraad (%) = Eigenverbruik ÷ Totaal stroomverbruik × 100

Eigenverbruiksquote en autarkiegraad in vergelijking

Een voorbeeld verduidelijkt het verschil. Een 10-kWp-installatie produceert 10.000 kWh per jaar. Het huishouden verbruikt in totaal 5.000 kWh, waarvan 2.500 kWh direct uit de PV-installatie. De eigenverbruiksquote bedraagt 2.500 ÷ 10.000 = 25 %. De autarkiegraad ligt bij 2.500 ÷ 5.000 = 50 %. Het huishouden dekt dus de helft van zijn behoefte met zonne-energie, maar benut slechts een kwart van de opwekking zelf.

Het verband tussen beide kengetallen is tegengesteld: een zeer grote installatie heeft een lage eigenverbruiksquote (veel overschot), maar een hoge autarkiegraad (groot aandeel van de behoefte gedekt). Een kleine installatie heeft een hoge eigenverbruiksquote (bijna alles wordt verbruikt), maar een lage autarkiegraad (het huishouden betaalt nog steeds veel netstroom). Voor de rendabiliteit is uiteindelijk het absolute eigenverbruik in kilowattuur bepalend – niet het procentuele aandeel.


De economische logica – waarom elke zelf verbruikte kilowattuur telt

Rendabiliteit: invoeding vs. eigenverbruik

Het invoedingstarief voor gedeeltelijke invoeding ligt sinds februari 2026 op 7,78 ct/kWh (installaties ≤ 10 kWp) en daalt halfjaarlijks met 1 %. De huishoudelijke stroomprijs beweegt zich daarentegen rond 35–40 ct/kWh. Het verschil van circa 27 cent per kilowattuur is de economische kern van de eigenverbruiksoptimalisatie: wie een kilowattuur zonnestroom zelf verbruikt in plaats van in te voeden, bespaart het verschil tussen vermeden netafname en misgelopen invoedingstarief.

Jaar Invoedingstarief Huishoudelijke stroomprijs Eigenverbruiksvoordeel
2024 8,11 ct/kWh ~32 ct/kWh ~24 ct/kWh
2026 7,78 ct/kWh ~35 ct/kWh ~27 ct/kWh
2028 (Prognose) ~7,0 ct/kWh ~37 ct/kWh ~30 ct/kWh

De tendens is duidelijk: de kloof tussen dalend tarief en stijgende stroomprijzen wordt steeds groter. Wie in 2026 een installatie plaatst, voor die is het eigenverbruik nu al de belangrijkste rendabiliteitsfactor – en dat wordt elk volgend jaar nog sterker.

Rekenvoorbeeld: De productiekosten van PV-stroom liggen bij 6–12 ct/kWh. Elke zelf verbruikte kilowattuur levert een winst op van 23–29 ct ten opzichte van netafname. 1.000 kWh meer eigenverbruik in plaats van invoeding betekent circa 270 € extra besparing per jaar.


Typisch eigenverbruik – wat er zonder optimalisatie overblijft

Dagprofiel: PV-opwekking vs. verbruik

Het basisprobleem van elke PV-installatie is de tijdsverschuiving tussen opwekking en verbruik. De zonne-installatie produceert de meeste stroom tussen 10 en 15 uur. Het huishouden verbruikt echter 's ochtends bij het ontbijt en 's avonds na het werk het meest. In de middaguren – wanneer de opwekking zijn piek bereikt – is er vaak niemand thuis. Het resultaat: het overschot stroomt het net in, en 's avonds wordt dure netstroom afgenomen.

Zonder enige optimalisatiemaatregel resulteren typische eigenverbruiksquotes van 20 tot 35 procent, afhankelijk van installatiegrootte en verbruik:

Installatiegrootte Huishoudstroom Eigenverbruiksquote Autarkiegraad
5 kWp 3.500 kWh/a 30–35 % 40–50 %
8 kWp 4.500 kWh/a 25–30 % 40–50 %
10 kWp 5.000 kWh/a 20–28 % 35–45 %
15 kWp 5.000 kWh/a 15–22 % 35–50 %

Twee patronen vallen op. Ten eerste: hoe groter de installatie ten opzichte van het verbruik, des te lager de eigenverbruiksquote – maar des te hoger het absolute eigenverbruik en de autarkiegraad. Ten tweede: het seizoenseffect is aanzienlijk. In de zomer produceert de installatie drie- tot viermaal de winteropbrengst, terwijl het stroomverbruik relatief constant blijft. De eigenverbruiksquote kan in juni op 15 % liggen en in december op 80 % – het jaargemiddelde is bepalend.


De vijf hefbomen voor eigenverbruiksoptimalisatie

Het goede nieuws: er zijn vijf beproefde strategieën die het eigenverbruik afzonderlijk of in combinatie aanzienlijk verhogen. Elk heeft verschillende investeringskosten, effectiviteit en voorwaarden.

Eigenverbruik per optimalisatiescenario

Maatregel Eigenverbruiksquote Autarkiegraad Investering
Basis (zonder alles) 25–35 % 35–45 %
+ Batterijopslag 60–80 % 50–70 % 4.000–10.000 €
+ Warmtepomp (SG-Ready) 40–55 % 40–55 % meestal toch al gepland
+ Elektrische auto (PV-laden) 35–50 % 45–60 % Wallbox 500–2.000 €
+ HEMS +5–10 % extra +5–10 % 500–2.000 €
Combinatie van alle hefbomen 70–85 % 60–80 % systeemafhankelijk

De waarden gelden telkens als individuele maatregel (niet optelbaar). In combinatie overlappen de effecten en is het totaaleffect hoger dan elke individuele maatregel, maar lager dan de som van alle afzonderlijke effecten. De volgende paragrafen verdiepen elke hefboom.


Batterijopslag – de belangrijkste individuele hefboom

Hoe een opslag het eigenverbruik verhoogt

Een batterijopslag lost het tijdsprobleem van fotovoltaïsche energie op. Hij neemt het middagoverschot op en geeft het 's avonds en 's nachts weer af, wanneer het huishouden stroom nodig heeft. Het effect is aanzienlijk: een passend gedimensioneerde batterij verhoogt de eigenverbruiksquote doorgaans van 25–35 % naar 60–80 %.

De juiste opslaggrootte

Voor de dimensionering hebben zich twee vuistregels bewezen, die tot hetzelfde resultaat leiden:

  • 1 kWh bruikbare capaciteit per 1 kWp installatievermogen
  • 1 kWh per 1.000 kWh jaarlijks stroomverbruik

Bij een 10-kWp-installatie en 5.000 kWh jaarverbruik is dus een opslag van 8–10 kWh aan te raden. Concreet naar huishoudgrootte:

Huishoudgrootte Stroomverbruik PV-vermogen Opslag
1–2 personen 2.500–3.500 kWh 5–7 kWp 5–7 kWh
3–4 personen 4.000–5.500 kWh 8–10 kWp 8–10 kWh
5+ personen of met WP 6.000–10.000 kWh 10–15 kWp 10–15 kWh

Rendabiliteit van de opslag

De productiekosten van opslagstroom liggen bij 15–25 ct/kWh, afhankelijk van aanschafprijs, bruikbare capaciteit en het aantal laadcycli over de levensduur. Zolang deze kosten onder de huishoudelijke stroomprijs liggen (momenteel 35–40 ct/kWh), is de opslag rendabel. De terugverdientijd bedraagt 10–15 jaar bij een levensduur van 15–20 jaar.

Een opslag verdient zich echter langzamer terug dan de PV-installatie zelf (8–12 jaar). Dat komt doordat de opslag geen energie opwekt, maar alleen in de tijd verschuift. Hij verdient aan het verschil tussen invoedingstarief (7,78 ct) en vermeden netafname (35 ct) – dus circa 27 ct per opgeslagen kWh. Bij 250 volledige cycli per jaar en 10 kWh capaciteit is dat 675 € besparing per jaar.

Praktijktip: Te groot gedimensioneerde opslagen zijn onrendabel – de laatste 20 % capaciteit wordt in de dagelijkse praktijk zelden benut. De batterij moet een typisch avond- en nachtverbruik kunnen dekken, niet het verbruik van meerdere dagen. Iets kleiner dimensioneren leidt tot een kortere terugverdientijd.


Warmtepomp als thermische opslag

Wie een warmtepomp exploiteert of plant, heeft een natuurlijke bondgenoot bij de eigenverbruiksoptimalisatie. Het basisidee: de warmtepomp draait bij voorkeur wanneer de PV-installatie stroom opwekt, en slaat de energie op als warmte in de buffer- of warmwaterboiler. Anders dan bij een batterij wordt hierbij geen elektrische energie opgeslagen, maar thermische – met het voordeel dat elk huishouden met een warmtepomp al over de benodigde warmteopslag beschikt.

De eigenverbruiksquote stijgt door een PV-gekoppelde warmtepomp doorgaans van 30 % naar 40–55 %, afhankelijk van warmtebehoefte en opslagvolume.

Praktische uitvoering

De meeste moderne warmtepompen beschikken over een SG-Ready-interface (Smart Grid Ready). Via twee potentiaalvrije contacten ontvangt de warmtepomp een signaal van de omvormer of het HEMS dat PV-overschot beschikbaar is. De warmtepomp reageert daarop met verhoogd bedrijf:

  • Warmwaterboiler wordt opgewarmd tot 55–60 °C in plaats van de gebruikelijke 48 °C
  • Buffervat wordt 2–3 K boven de streefwaarde geladen
  • Vloerverwarming kan als vlakopslag thermische energie opnemen

In de praktijk betekent dit 1.000–2.000 kWh extra eigenverbruik per jaar. De investering beperkt zich tot de bedrading van de SG-Ready-contacten en eventueel een stuureenheid – de warmtepomp en de warmteopslag zijn toch al aanwezig.

Dimensionering: PV-uitbreiding voor warmtepomp

Wie een warmtepomp exploiteert en de PV-installatie nog plant of wil uitbreiden, moet de extra stroombehoefte meenemen. De vuistregel: 2–3 kWp extra PV-vermogen per kW thermisch verwarmingsvermogen. Een warmtepomp met 10 kW verwarmingsvermogen en SCOP 3,5 verbruikt circa 2.857 kWh stroom per jaar – daarvoor is 3–4 kWp extra PV-vermogen zinvol.

Uitgebreide informatie over de PV-WP-combinatie vindt u in het artikel Warmtepomptypes en het droomteam met zonne-energie. De berekening van het WP-stroomverbruik wordt toegelicht in Stroomverbruik warmtepomp per jaar.


Lastverschuiving in het dagelijks leven – slim verbruiken

Grootverbruikers naar de middaguren verplaatsen

De eenvoudigste en kosteloze maatregel om het eigenverbruik te verhogen is het bewust verschuiven van stroomintensieve activiteiten naar de middaguren, wanneer de PV-installatie het meest produceert.

De grootste individuele verbruikers in het huishouden en hun verschuivingspotentieel:

Apparaat Verbruik per cyclus Looptijd Optimaal starttijdstip
Wasmachine 1,5–2,5 kWh 1,5–2 u 11:00 uur
Wasdroger 2,5–4,0 kWh 1,5–2,5 u 13:00 uur
Vaatwasser 1,0–1,5 kWh 1,5–2 u 12:00 uur
Zwembadpomp 0,5–1,5 kW (continu vermogen) 4–8 u 10:00 uur

Alleen al door bewuste timing kunnen 500–1.000 kWh per jaar extra eigenverbruikt worden – bij nul euro investering. Veel apparaten hebben een timerfunctie waarmee de start op de middaguren kan worden geprogrammeerd. Wie thuiswerkt, heeft het bijzonder gemakkelijk.

Home Energy Management System (HEMS)

Een HEMS automatiseert de lastverschuiving. Het bewaakt opwekking, verbruik en opslagstand in realtime en stuurt verbruikers automatisch aan op basis van PV-overschot en weersvoorspelling. Typische stuurfuncties: batterijopslagbeheer, warmtepompvrijgave bij overschot, wallboxsturing en intelligente apparaatvrijgave.

Het extra effect van een HEMS ligt bij 5–10 procentpunten eigenverbruik ten opzichte van handmatige sturing. De kosten bewegen zich tussen 500 en 2.000 €, waarbij veel moderne hybride omvormers een eenvoudig HEMS al geïntegreerd hebben.

Dynamische stroomtarieven

Sinds 2025 moeten alle stroomleveranciers dynamische tarieven aanbieden. Voor PV-bezitters met slimme meter opent dit extra optimalisatiemogelijkheden: bij negatieve beursprijzen – die in 2025 en 2026 vaker voorkomen – kan het voordeliger zijn om netstroom af te nemen en de opslag daarmee te laden, in plaats van PV-stroom op te slaan. Deze strategie vult de eigenverbruiksoptimalisatie aan, maar vervangt haar niet: het principe "zelf verbruiken voor invoeden" blijft de economisch belangrijkste hefboom.


Elektrische auto en wallbox – de flexibele grootverbruiker

Een elektrische auto is met 2.000–4.000 kWh jaarverbruik de grootste flexibele verbruiker in veel huishoudens. Wie deze overdag aan de eigen wallbox kan laden, verschuift een aanzienlijk deel van deze behoefte naar de PV-opwekkingsuren.

PV-overschotgestuurd laden werkt als volgt: de wallbox start het laadproces pas wanneer de PV-installatie meer produceert dan het huishouden verbruikt. Bij eenfasig laden (1,4 kW minimumvermogen) volstaat daarvoor al een klein overschot. Driefasig laden (minimaal 4,1 kW) vereist meer overschot en is eerder geschikt voor grotere installaties vanaf 8–10 kWp.

Het effect op de eigenverbruiksquote ligt bij +10–20 procentpunten, wanneer de auto regelmatig overdag thuis staat. Bij 15.000 km jaarkilometrage en een verbruik van 18 kWh/100 km heeft de auto 2.700 kWh per jaar nodig. Daarvan zijn 1.500–2.000 kWh via PV-overschotladen te dekken.

Bidirectioneel laden (Vehicle-to-Home)

De volgende stap is Vehicle-to-Home (V2H): de elektrische auto levert 's avonds stroom terug aan het huishouden en functioneert daarmee als een batterijopslag met 50–80 kWh capaciteit. De technologie is in 2026 in de eerste seriemodellen en wallboxen beschikbaar, maar nog niet breed op de markt. Voor de toekomst biedt V2H enorm potentieel – wie vandaag een bidirectioneel geschikte wallbox installeert, is voorbereid.

Thuiswerkvoordeel: Wie overdag thuis werkt en de elektrische auto regelmatig aan de wallbox staat, profiteert dubbel. Vijf uur PV-laden bij 3,5 kW overschot levert 17,5 kWh – genoeg voor circa 100 kilometer actieradius, elke dag.


Drie praktijkvoorbeelden doorgerekend

Voorbeeld 1 – Klein huishouden zonder opslag

Uitgangssituatie: 2-persoonshuishouden, bestaand huis, 5 kWp installatie, geen opslag, geen elektrische auto, gasverwarming.

Kengetal Waarde
Stroomverbruik 3.000 kWh/a
PV-opwekking 5.000 kWh/a
Eigenverbruik 1.500 kWh (30 %)
Autarkiegraad 50 %
Invoeding 3.500 kWh × 0,0778 € = 272 €
Vermeden netafname 1.500 kWh × 0,35 € = 525 €
Totale besparing 797 €/a

Ook zonder opslag bespaart de installatie bijna 800 € per jaar. De resterende 1.500 kWh netafname kosten 525 € – een opslag zou daarvan het grootste deel kunnen elimineren.

Voorbeeld 2 – Gezin met opslag en warmtepomp

Uitgangssituatie: 4-persoonshuishouden, KfW-55-nieuwbouw, 10 kWp + 10 kWh opslag, lucht-water warmtepomp met SG-Ready.

Kengetal Waarde
Huishoudstroom 4.500 kWh/a
WP-stroom 3.000 kWh/a
Totaalverbruik 7.500 kWh/a
PV-opwekking 10.000 kWh/a
Eigenverbruik 6.500 kWh (65 %)
Autarkiegraad 87 %
Invoeding 3.500 kWh × 0,0778 € = 272 €
Vermeden netafname 6.500 kWh × 0,35 € = 2.275 €
Totale besparing 2.547 €/a

De combinatie van opslag en SG-Ready-warmtepomp brengt het eigenverbruik op 65 %. Het huishouden neemt nog slechts 1.000 kWh af van het net (350 €/a stroomkosten). De jaarlijkse besparing van meer dan 2.500 € verdient de PV-installatie in 5–7 jaar terug.

Voorbeeld 3 – Volledig geoptimaliseerd systeem met elektrische auto

Uitgangssituatie: 4-persoonshuishouden, 15 kWp + 15 kWh opslag, warmtepomp, elektrische auto (15.000 km/a), HEMS.

Kengetal Waarde
Huishoudstroom 4.500 kWh/a
WP-stroom 3.000 kWh/a
Elektrische auto 3.000 kWh/a
Totaalverbruik 10.500 kWh/a
PV-opwekking 15.000 kWh/a
Eigenverbruik 11.250 kWh (75 %)
Autarkiegraad ~80 % (seizoensgecorrigeerd)
Invoeding 3.750 kWh × 0,0778 € = 292 €
Vermeden netafname 11.250 kWh × 0,35 € = 3.938 €
Totale besparing 4.230 €/a

Het volledig geoptimaliseerde systeem behaalt meer dan 4.200 € jaarlijkse besparing. De rekenkundige autarkiegraad van meer dan 100 % (opwekking > verbruik) wordt seizoensmatig genuanceerd: in de winter volstaat de PV-opwekking niet voor de volledige behoefte, in de zomer ontstaat aanzienlijk overschot. De effectieve autarkiegraad ligt bij circa 80 %.


Veelgemaakte fouten bij eigenverbruiksoptimalisatie

Enkele denkfouten komen in de praktijk regelmatig voor en leiden tot suboptimale investeringsbeslissingen.

De meest voorkomende fout is een te kleine PV-installatie. Wie al een warmtepomp heeft of een elektrische auto plant, moet de installatie van meet af aan ruim dimensioneren. De marginale kosten per extra kWp dalen met de installatiegrootte, en achteraf uitbreiden is duurder dan direct goed plannen.

Omgekeerd leidt een te groot gedimensioneerde batterijopslag tot slechte rendabiliteit. De laatste 20 % van de opslagcapaciteit wordt in de dagelijkse praktijk zelden benut – de opslag wordt alleen bij ideaal weer volledig geladen en ontladen. Een batterij die het gemiddelde avond- en nachtverbruik (niet het maximale verbruik) kan dekken, is economisch optimaal.

Een andere fout is de uitsluitende blik op de eigenverbruiksquote. Een quote van 90 % klinkt goed, maar kan betekenen dat de installatie te klein is en het huishouden nog steeds veel netstroom afneemt. De autarkiegraad en het absolute eigenverbruik in kWh zijn voor de werkelijke kostenbesparing veelzeggender.

Ten slotte wordt de seizoensschommeling onderschat. In de zomer kan het eigenverbruik op 15 % liggen (veel zon, weinig verbruik), in de winter op 80 % (weinig zon, veel verbruik door WP). Optimalisatiemaatregelen moeten daarom op de zomer gericht zijn – in de winter is het eigenverbruik toch al hoog.


Veelgestelde vragen

Wat is een goed eigenverbruik bij een fotovoltaïsche installatie?

Zonder opslag geldt 30–35 % als typisch. Met batterijopslag en intelligente sturing is 60–80 % haalbaar. Het absolute eigenverbruik in kWh is belangrijker dan de quote: 4.000 kWh eigenverbruik bij 30 % quote (grote installatie) is economisch beter dan 2.000 kWh bij 60 % quote (kleine installatie).

Hoe verhoog ik mijn eigenverbruik zonder batterijopslag?

Door bewuste lastverschuiving: wasmachine, droger en vaatwasser op de middaguren programmeren. Warmtepomp en warmwaterbereiding bij voorkeur overdag laten draaien. Elektrische auto overdag laden. Alleen deze maatregelen kunnen het eigenverbruik met 5–15 procentpunten verhogen.

Is een batterijopslag voor het eigenverbruik rendabel?

Economisch gezien ja, als de productiekosten van opslagstroom (15–25 ct/kWh) onder de huishoudelijke stroomprijs liggen – wat momenteel het geval is. De terugverdientijd bedraagt 10–15 jaar. Een opslag loont vooral bij hoog avond- en nachtverbruik en wanneer geen warmtepomptarief (27 ct) wordt benut.

Hoeveel eigenverbruik is met een warmtepomp mogelijk?

Een warmtepomp met SG-Ready-koppeling verhoogt het eigenverbruik doorgaans met 10–20 procentpunten. In combinatie met een batterijopslag zijn eigenverbruiksquotes van 65–80 % realistisch. Het effect is het grootst in het overgangsseizoen (lente/herfst), wanneer zowel warmtebehoefte als zonopbrengst aanwezig zijn.

Heb ik een HEMS nodig voor eigenverbruiksoptimalisatie?

Een HEMS is niet strikt noodzakelijk, maar levert 5–10 procentpunten extra eigenverbruik door geautomatiseerde sturing. Vooral bij complexe systemen met opslag, warmtepomp en wallbox loont een HEMS, omdat het weersvoorspellingen en verbruikspatronen meeneemt. Veel hybride omvormers hebben een eenvoudig HEMS al geïntegreerd.

Kan ik met eigenverbruik 100 % autark worden?

In de praktijk niet. In de winter volstaat de PV-opwekking in Duitsland niet voor de volledige behoefte van een verwarmd huishouden. Zelfs met een zeer grote installatie, opslag en warmtepomp ligt de realistische jaarlijkse autarkiegraad bij 70–85 %. De laatste procentpunten vereisen buitenproportioneel hoge investeringen en zijn economisch niet zinvol.


Conclusie

Het belangrijkste: Het eigenverbruik is in 2026 de beslissende rendabiliteitsfactor van elke PV-installatie. Terwijl het invoedingstarief tot onder de 8 cent is gedaald, bespaart elke zelf verbruikte kilowattuur circa 27 cent ten opzichte van netafname. Een batterijopslag levert als individuele maatregel het grootste effect en verdubbelt het eigenverbruik naar 60–80 %. Wie daarnaast een warmtepomp via de SG-Ready-interface koppelt en de elektrische auto overdag laadt, bereikt eigenverbruiksquotes van 70–85 % en besparingen van meer dan 4.000 euro per jaar. De eenvoudigste maatregel – grootverbruikers naar de middaguren verschuiven – kost niets en levert 500 tot 1.000 kWh extra eigenverbruik op.

De planning van een PV-installatie moet altijd vanuit het eigenverbruik worden gedacht: welke verbruikers zijn flexibel? Welke opslag past bij het verbruiksprofiel? Welke toekomstige lasten (warmtepomp, elektrische auto) moeten nu al worden ingepland? Wie deze vragen vooraf beantwoordt, haalt beduidend meer uit zijn zonne-installatie dan met louter opbrengstmaximalisatie.

De basisprincipes van de opbrengstberekening worden uitgelegd in het artikel PV-opbrengst berekenen: factoren en formules. Voor de optimale planning van uw installatie raden wij aan Zonnepanelen plannen: stap voor stap. Hoe warmtepomp en PV samenwerken, beschrijft Warmtepomptypes en het droomteam met zonne-energie. Alles over batterijopslag vindt u in ons Batterijopslag-overzicht.


Bereken nu eigenverbruik en rendabiliteit

Met onze Zonnecalculator berekent u de verwachte PV-opbrengst, de optimale eigenverbruiksquote en de rendabiliteit van uw installatie – inclusief opslag en warmtepomp.

→ Naar de Zonnecalculator


Bronnen