Stroomverbruik warmtepomp per jaar: verbruik berekenen, begrijpen en verlagen
Een lucht-waterwarmtepomp in een gemiddelde eengezinswoning verbruikt tussen 3.000 en 6.000 kWh stroom per jaar. Bij een warmtepomptarief van 0,27 €/kWh komt dat neer op 800 tot 1.600 € jaarlijkse verbruikskosten. De spreiding is enorm – een passiefhuis komt toe met 500 kWh, een niet-gerenoveerde oudere woning kan meer dan 10.000 kWh nodig hebben.
Het stroomverbruik is de bepalende factor voor de rendabiliteit van een warmtepomp. Het bepaalt of de investering zich in 6 of pas in 15 jaar terugverdient. Dit artikel laat zien welke factoren het verbruik bepalen, hoe verschillende gebouwtypen en verwarmingssystemen doorwerken en waar de grootste besparingsmogelijkheden liggen.
De basisformule – Van warmtebehoefte naar stroomverbruik
Het stroomverbruik van een warmtepomp laat zich met één formule berekenen:
Stroomverbruik (kWh/j) = Warmtebehoefte (kWh/j) ÷ JAZ
De warmtebehoefte is de hoeveelheid energie die het gebouw per jaar nodig heeft voor verwarming en warm water. Het seizoensrendement (JAZ) beschrijft hoe efficiënt de warmtepomp deze warmte opwekt – een JAZ van 3,5 betekent: uit 1 kWh stroom wordt 3,5 kWh warmte geproduceerd.
Een concreet voorbeeld: een eengezinswoning van 150 m² met een jaarlijkse warmtebehoefte van 15.000 kWh wordt verwarmd met een lucht-waterwarmtepomp die een JAZ van 3,5 bereikt.
15.000 kWh ÷ 3,5 = 4.286 kWh stroomverbruik per jaar
Bij een warmtepomptarief van 0,27 €/kWh resulteert dit in jaarlijkse kosten van 1.157 €. Met huishoudstroom (0,36 €/kWh) zou het 1.543 € zijn, met eigen zonnestroom (0,10 €/kWh) slechts 429 €.
Wat bepaalt de warmtebehoefte?
De warmtebehoefte van een gebouw hangt vooral van vier factoren af. De gebouwschil is het belangrijkst: U-waarden van wanden, ramen, dak en vloer bepalen de transmissiewarmteverliezen. Een raam met U-waarde 0,9 W/(m²·K) verliest slechts een derde van de warmte van een oud raam met U-waarde 2,8. Daarnaast spelen woonoppervlak en gebouwgeometrie een rol – een vrijstaand huis heeft bij gelijk oppervlak meer buitenwand dan een rijwoning. De klimaatzone is eveneens van invloed: in koudere regio's (ontwerpbuitentemperatuur –16 °C) valt de warmtebehoefte hoger uit dan in mildere gebieden (–10 °C). En ten slotte beïnvloedt het gebruikersgedrag het verbruik aanzienlijk – elk graad hogere kamertemperatuur verhoogt de warmtebehoefte met circa 6 %.
Wie de warmtebehoefte van zijn woning niet kent, kan deze afleiden uit het huidige energieverbruik: bij een gasketel komt het jaarverbruik in kWh ongeveer overeen met de warmtebehoefte. Bij stookolie geldt: liter × 10 = kWh. Nauwkeuriger kan het met een warmteverliesberekening volgens EN 12831 – bijvoorbeeld met onze warmteverliescalculator.
Wat bepaalt de JAZ?
Het seizoensrendement is geen vaste eigenschap van de warmtepomp, maar het resultaat van toestel, warmtebron, verwarmingssysteem en instellingen. De warmtebron heeft de grootste invloed: grondwater levert het hele jaar 8–12 °C, de bodem 0–10 °C, buitenlucht schommelt tussen –15 en +35 °C. Hoe warmer de bron, hoe minder werk voor de compressor en hoe hoger de JAZ.
De op één na belangrijkste factor is de aanvoertemperatuur van het verwarmingssysteem – en daarmee het type warmteafgifte. Vloerverwarming met 35 °C aanvoer maakt een JAZ van 4,0 of hoger mogelijk; oude gietijzeren radiatoren met 65 °C drukken de JAZ naar 2,0–2,5. Daarbij komen de juiste dimensionering van de warmtepomp en de bedrijfsinstellingen (stooklijn, warmwatertemperatuur, kamerthermostaten). Details daarover in het artikel SCOP uitgelegd en Optimalisatie & instelling.
Stroomverbruik per gebouwtype – het grote overzicht
De volgende tabel toont het typische stroomverbruik van een lucht-waterwarmtepomp voor een eengezinswoning van 150 m² – uitgesplitst naar gebouwstandaard. De waarden omvatten verwarming en warm water voor een 3-persoonshuishouden.
| Gebouwtype | Warmtebehoefte (kWh/m²·j) | Warmtebehoefte totaal (kWh/j) | Typische JAZ | Stroomverbruik (kWh/j) | Stroomkosten (€/j) |
|---|---|---|---|---|---|
| Passiefhuis (≤ 15 kWh/m²) | 15 | 4.650 | 4,5–5,0 | 930–1.030 | 250–280 |
| KfW-40-nieuwbouw | 25–40 | 6.150–8.400 | 4,0–4,5 | 1.370–2.100 | 370–570 |
| KfW-55-nieuwbouw | 55 | 10.650 | 3,5–4,0 | 2.660–3.040 | 720–820 |
| Bestaande bouw gerenoveerd (vanaf 1995) | 80–100 | 14.400–17.400 | 3,0–3,5 | 4.110–5.800 | 1.110–1.570 |
| Bestaande bouw deels gerenoveerd | 100–130 | 17.400–21.900 | 2,8–3,2 | 5.440–7.820 | 1.470–2.110 |
| Bestaande bouw niet gerenoveerd (voor 1977) | 150–250 | 24.900–39.900 | 2,5–3,0 | 8.300–15.960 | 2.240–4.310 |
Aannames: lucht-water-WP, 150 m², 3 personen, warm water 2.400 kWh thermisch, WP-stroomtarief 0,27 €/kWh
De bandbreedtes ontstaan door verschillende randvoorwaarden: klimaatzone, raamoppervlak, aantal bouwlagen, compactheid van de plattegrond en of de warmtepomp met vloerverwarming of radiatoren werkt.
Dubbele belasting bij niet-gerenoveerde bestaande bouw: Bij slecht geïsoleerde gebouwen komen twee zaken samen – de warmtebehoefte is drie tot vijf keer hoger dan bij nieuwbouw, en tegelijkertijd dwingen de hoge aanvoertemperaturen een lage JAZ af. Een niet-gerenoveerde oudere woning heeft daardoor tot 15 keer meer stroom nodig dan een passiefhuis. Vóór de installatie van een warmtepomp loont het vrijwel altijd om de gebouwschil ten minste gedeeltelijk te renoveren.
De factor warmteafgifte – Radiatoren, oppervlakteverwarming en hun effect op het verbruik
De warmteafgifte in het gebouw is na de gebouwschil de op één na belangrijkste invloedsfactor op het stroomverbruik. De oorzaakketen is eenduidig: het type verwarmingsoppervlak bepaalt de vereiste aanvoertemperatuur – de aanvoertemperatuur bepaalt de JAZ – de JAZ bepaalt het stroomverbruik. Als vuistregel geldt: elke kelvin lagere aanvoertemperatuur bespaart circa 2,5 % stroom. Een verlaging met 10 K betekent dus 25 % minder verbruik.
Oppervlakteverwarming – het optimum
Vloer-, wand- en plafondverwarming hebben een gemeenschappelijke eigenschap: ze benutten grote oppervlakken voor warmteoverdracht en komen daardoor met lage aanvoertemperaturen uit. Vloerverwarming in een nieuwbouwwoning werkt doorgaans met 28–35 °C, wandverwarming met 30–38 °C. Bij deze temperaturen bereikt een lucht-waterwarmtepomp een JAZ van 4,0 tot 5,5.
Het hoge stralingsdeel zorgt bovendien voor een gelijkmatigere temperatuurverdeling in de ruimte. In tegenstelling tot convectiewarmte, die eerst de lucht bij het plafond opwarmt, verwarmt stralingswarmte direct voorwerpen en personen. Dat maakt een 1–2 °C lagere kamertemperatuur mogelijk bij hetzelfde comfort – en bespaart nogmaals energie.
Concreet voorbeeld: een KfW-55-nieuwbouw van 150 m², vloerverwarming en lucht-water-WP. De warmtebehoefte bedraagt 10.650 kWh/j (verwarming + warm water). Bij een JAZ van 4,2 resulteert een stroomverbruik van 2.536 kWh/j, dus kosten van circa 685 €.
Radiatortypen in detail
Niet elke radiator is gelijk. De verschillen in constructie, afmetingen en warmteoverdracht werken direct door in de vereiste aanvoertemperatuur en daarmee in het stroomverbruik van de warmtepomp.
| Radiatortype | Aanvoertemperatuur | Warmteafgifte | WP-geschiktheid | JAZ-bereik |
|---|---|---|---|---|
| Lage-temperatuurradiatoren | 35–45 °C | Straling + convectie, deels met ventilator | ✅ Optimaal | 3,5–4,5 |
| Paneelradiatoren type 22/33 (ruim gedimensioneerd) | 40–50 °C | Hoog stralingsaandeel | ✅ Goed geschikt | 3,0–3,8 |
| Gebläseconvectoren (fan coils) | 35–45 °C | Convectie met ventilatorondersteuning | ✅ Goed, maar hoorbaar | 3,5–4,2 |
| Paneelradiatoren (normaal gedimensioneerd) | 50–60 °C | Straling + convectie | ⚠️ Beperkt geschikt | 2,5–3,2 |
| Buisradiatoren (badkamer e.d.) | 50–65 °C | Overwegend convectie | ⚠️ Beperkt geschikt | 2,3–3,0 |
| Gietijzeren ledenradiatoren | 60–75 °C | Overwegend convectie | ❌ Ongunstig | 2,0–2,5 |
Lage-temperatuurradiatoren (ook wel warmtepompradiatoren genoemd) zijn speciaal ontworpen voor bedrijf met lage aanvoertemperaturen. Ze combineren grote verwarmingsoppervlakken met een extra aluminium-koperen warmtewisselaar die de warmteafgifte bij gelijke bouwgrootte met 30–50 % verhoogt. Sommige modellen beschikken over een geïntegreerde ventilator die bij behoefte wordt ingeschakeld – dat verlaagt de vereiste aanvoertemperatuur met nog eens 5–10 K.
Paneelradiatoren komen in gerenoveerde gebouwen veel voor. Bepalend is de dimensionering: een ruim uitgelegde type-33-radiator (drie panelen, drie convectieplaten) geeft bij 45 °C aanvoer aanzienlijk meer warmte af dan een compacte type-11. Na een gebouwrenovatie zijn de aanwezige paneelradiatoren vaak overgedimensioneerd doordat de warmtebehoefte is gedaald – dan functioneren ze ook met lagere aanvoertemperaturen.
Gebläseconvectoren zijn een interessant alternatief voor bestaande bouw. Met actieve luchtcirculatie bereiken ze hoge warmtevermogens bij lage aanvoertemperaturen. Nadeel: ze vereisen een stroomaansluiting en produceren een zacht ventilatorgeluid (vergelijkbaar met een stille koelkast).
Gietijzeren ledenradiatoren waren tot in de jaren zeventig standaard. Hun geringe oppervlak vereist hoge aanvoertemperaturen – althans als de warmtebehoefte van de ruimte ongewijzigd is. Na gevelisolatie kan de benodigde verwarmingscapaciteit zo sterk dalen dat zelfs deze oude radiatoren met 50 °C toekomen.
Praktijktest aanvoertemperatuur: Verlaag de aanvoertemperatuur van uw bestaande verwarming proefondervindelijk naar 45 °C – bij voorkeur tijdens een koude periode in de winter. Worden alle ruimtes binnen 2–3 uur aangenaam warm, dan zijn uw radiatoren geschikt voor warmtepompbedrijf. Afzonderlijke ruimtes die koel blijven, kunnen gericht worden voorzien van grotere radiatoren.
Praktijkvoorbeeld – zelfde warmtebehoefte, andere warmteafgifte
De volgende vergelijking laat zien hoe sterk de warmteafgifte het stroomverbruik beïnvloedt – bij een identiek gebouw met 15.000 kWh warmtebehoefte en een lucht-waterwarmtepomp:
| Warmteafgifte | Aanvoertemperatuur | JAZ | Stroomverbruik | Stroomkosten | Meerkosten t.o.v. VV |
|---|---|---|---|---|---|
| Vloerverwarming | 35 °C | 4,0 | 3.750 kWh | 1.013 € | Referentie |
| Lage-temperatuurradiatoren | 45 °C | 3,4 | 4.412 kWh | 1.191 € | +178 €/j |
| Paneelradiatoren (ruim) | 50 °C | 3,0 | 5.000 kWh | 1.350 € | +337 €/j |
| Ledenradiatoren (oud) | 65 °C | 2,3 | 6.522 kWh | 1.761 € | +748 €/j |
Over 20 jaar bedraagt het verschil tussen vloerverwarming en oude ledenradiatoren bijna 15.000 € – meer dan de kosten van een radiatorvervanging. Wie met een warmtepomp en oude radiatoren plant, doet er dan ook goed aan ten minste de ruimtes met de hoogste warmtebehoefte (woonkamer, badkamer) te voorzien van grotere lage-temperatuurradiatoren.
Warm water – de onderschatte stroomvreter
De warmwaterbereiding wordt bij de verbruiksschatting vaak onderschat. Terwijl het procentuele aandeel in slecht geïsoleerde gebouwen bescheiden uitvalt (15–20 % van het totale verbruik), domineert het in goed geïsoleerde woningen: in een KfW-55-nieuwbouw valt 30–40 % van het stroomverbruik van de warmtepomp toe aan warm water, in een passiefhuis zelfs tot 50 %.
De reden ligt in de fysica: warm water moet op minimaal 45–50 °C worden verwarmd, ongeacht het isolatieniveau. De warmtepomp werkt voor warm water daarom met een lager rendement dan voor verwarming. Terwijl de JAZ voor ruimteverwarming bij vloerverwarming 4,0 of meer kan bedragen, ligt deze voor warm water doorgaans bij 2,5–3,0.
Warmwaterbehoefte per persoon
Per persoon en dag wordt circa 40 liter warm water gebruikt. Om dit van 10 °C koudwatertemperatuur naar 45 °C te verwarmen, is dagelijks circa 1,6 kWh thermische energie nodig – dat is bijna 600 kWh per persoon per jaar, uitsluitend voor warm water (exclusief opslag- en distributieverliezen). Inclusief verliezen ligt de waarde bij circa 800 kWh per persoon per jaar.
| Huishoudgrootte | Thermische WW-behoefte (kWh/j) | Stroom bij JAZ 2,8 (kWh/j) | Stroomkosten (0,27 €/kWh) |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 800 | 286 | 77 € |
| 2 personen | 1.600 | 571 | 154 € |
| 3 personen | 2.400 | 857 | 231 € |
| 4 personen | 3.200 | 1.143 | 309 € |
Legionellabescherming – noodzakelijk, maar stroomintensief
Legionella zijn bacteriën die zich vermeerderen in stilstaand warm water tussen 25 en 50 °C. In grotere installaties schrijven de richtlijnen een regelmatige thermische desinfectie voor: het water in de boiler moet periodiek worden verhit tot minimaal 60 °C. In eengezinswoningen bestaat er geen wettelijke verplichting, maar de meeste fabrikanten adviseren een wekelijkse legionellaschakeling.
Het probleem: bij 60 °C opslagtemperatuur daalt de COP van de warmtepomp naar 2,0–2,5. Veel installaties schakelen daarvoor het elektrische verwarmingselement in, dat met een COP van 1,0 werkt – puur stroomverbruik. Het meerverbruik door de legionellaschakeling bedraagt 48–96 kWh per jaar.
De efficiëntere strategie: warm water in normaal bedrijf op 48 °C opslaan en slechts eenmaal per week gedurende 30 minuten naar 60 °C verhitten. Dat bespaart ten opzichte van een permanente opslagtemperatuur van 55 °C circa 15–20 % van de warmwaterstroom.
Drie praktijkvoorbeelden doorgerekend
Theorie is goed, maar concrete cijfers zijn beter. De volgende drie scenario's dekken de meest voorkomende situaties – van het ideale geval tot de problematische niet-gerenoveerde woning.
Voorbeeld 1: Nieuwbouw KfW 55 met vloerverwarming
Het ideale scenario voor een warmtepomp: goede isolatie en lage aanvoertemperaturen.
- Gebouw: 150 m², bouwjaar 2025, KfW 55
- Bewoners: 4 personen
- Warmtepomp: lucht-water, 8 kW
| Positie | Warmtebehoefte | JAZ | Stroomverbruik |
|---|---|---|---|
| Ruimteverwarming | 8.250 kWh | 4,2 | 1.964 kWh |
| Warm water | 3.200 kWh | 2,8 | 1.143 kWh |
| Totaal | 11.450 kWh | 3,7 (gewogen) | 3.107 kWh |
Stroomkosten: 839 €/j (WP-tarief 0,27 €/kWh) | Met PV-eigenverbruik (40 %): 565 €/j
Voorbeeld 2: Gerenoveerde bestaande bouw met paneelradiatoren
De realiteit van veel huiseigenaren die overstappen van gas naar warmtepomp: de gebouwschil is verbeterd, de radiatoren zijn gebleven.
- Gebouw: 160 m², bouwjaar 1985, gevel geïsoleerd, nieuwe ramen
- Bewoners: 3 personen
- Warmtepomp: lucht-water, 10 kW
- Aanvoertemperatuur: 50 °C (paneelradiatoren voldoende gedimensioneerd)
| Positie | Warmtebehoefte | JAZ | Stroomverbruik |
|---|---|---|---|
| Ruimteverwarming | 14.400 kWh | 3,0 | 4.800 kWh |
| Warm water | 2.400 kWh | 2,5 | 960 kWh |
| Totaal | 16.800 kWh | 2,9 (gewogen) | 5.760 kWh |
Stroomkosten: 1.555 €/j (WP-tarief) | Vergelijking oude gasketel: ~1.850 €/j → Besparing 295 €/j
Voorbeeld 3: Niet-gerenoveerde bestaande bouw met ledenradiatoren
Het meest uitdagende scenario – hier blijkt of een warmtepomp de juiste keuze is.
- Gebouw: 140 m², bouwjaar 1968, geen isolatie, enkel glas gedeeltelijk vervangen
- Bewoners: 2 personen
- Warmtepomp: lucht-water, 14 kW
- Aanvoertemperatuur: 65 °C (oude ledenradiatoren)
| Positie | Warmtebehoefte | JAZ | Stroomverbruik |
|---|---|---|---|
| Ruimteverwarming | 21.000 kWh | 2,3 | 9.130 kWh |
| Warm water | 1.600 kWh | 2,0 | 800 kWh |
| Totaal | 22.600 kWh | 2,3 (gewogen) | 9.930 kWh |
Stroomkosten: 2.681 €/j (WP-tarief) | Vergelijking oude gasketel: ~2.500 €/j → geen kostenvoordeel
Let op: In dit scenario is de warmtepomp ten opzichte van gas niet rendabel. Twee maatregelen veranderen het beeld fundamenteel: gevelisolatie verlaagt de warmtebehoefte naar ~12.000 kWh en het vervangen van de radiatoren maakt 45 °C aanvoer mogelijk. Samen daalt het stroomverbruik naar ~3.800 kWh (1.026 €/j). Alternatief biedt een hybride systeem met gasketel voor piekbelasting uitkomst.
Correcte dimensionering – de grootste hefboom
Een verkeerd gedimensioneerde warmtepomp verbruikt structureel te veel stroom. Dat geldt in beide richtingen:
Onderdimensionering leidt ertoe dat de warmtepomp op koude dagen het benodigde verwarmingsvermogen niet alleen kan leveren. In dat geval springt het elektrische verwarmingselement bij – met een COP van 1,0 in plaats van 3–4. Zelfs als het verwarmingselement slechts enkele dagen per jaar draait, verhoogt dit het totale verbruik met 8–15 %, omdat juist die koude dagen de hoogste warmtebehoefte hebben.
Overdimensionering veroorzaakt een ander probleem: pendelen. De warmtepomp schakelt frequent in en uit omdat ze te snel de benodigde warmte levert. Elke start-stopcyclus is inefficiënt (aanloopverliezen, ontdooicycli bij lucht-WP), en de frequente schakelingen verhogen de slijtage aan de compressor. Moderne inverter-warmtepompen kunnen hun vermogen weliswaar terugregelen, maar ook zij hebben een minimumvermogen waaronder ze niet kunnen gaan.
| Dimensionering | Effect | Meerverbruik stroom |
|---|---|---|
| Correct (95–105 % van de warmteverliesberekening) | Lange looptijden, weinig pendelen, optimale JAZ | Referentie |
| 20 % onderdimensioneerd | Inzet verwarmingselement op 10–30 dagen/jaar | +8–15 % |
| 30 % overdimensioneerd | Frequent pendelen (3–12 starts/uur) | +10–15 % |
Vuistregel: Het juiste warmtepompvermogen volgt uit de warmteverliesberekening van het gebouw volgens EN 12831 plus een toeslag voor warm water. Ervaringscijfers of vuistformules leiden vaak tot foutieve dimensionering. Details over de berekening vindt u in het artikel Warmtepompvermogen berekenen.
Stroomverbruik per type warmtepomp
Bij hetzelfde gebouw en hetzelfde verwarmingssysteem verschillen de drie warmtepomptypen in stroomverbruik – de oorzaak is het verschil in brontemperatuur.
| WP-type | Warmtebron | Brontemperatuur (winter) | Typische JAZ | Stroomverbruik* | Stroomkosten* |
|---|---|---|---|---|---|
| Lucht-water | Buitenlucht | –10 tot +7 °C | 3,0–3,5 | 4.285–5.000 kWh | 1.157–1.350 € |
| Brine-water | Bodem | 0 tot +5 °C | 3,8–4,5 | 3.333–3.947 kWh | 900–1.066 € |
| Water-water | Grondwater | +8 tot +12 °C | 4,5–5,5 | 2.727–3.333 kWh | 736–900 € |
Basis: 15.000 kWh warmtebehoefte, WP-stroomtarief 0,27 €/kWh
De lucht-waterwarmtepomp heeft het hoogste stroomverbruik, omdat de buitenlucht in de winter – wanneer de warmtebehoefte het grootst is – het koudst is. De compressor moet een groter temperatuurverschil overbruggen. Daar komen ontdooicycli op vorstdagen bij, die extra energie kosten. Bodem- en grondwaterwarmtepompen profiteren van constantere brontemperaturen en bereiken daardoor het hele jaar een hoger rendement.
Toch kiest circa 85 % van de kopers voor lucht-waterwarmtepompen – vanwege de aanzienlijk lagere investeringskosten (geen boring, geen vergunning). De meerkosten voor stroom van 200–400 €/jaar relativeren zich tegenover de 10.000–20.000 € hogere aanschafkosten voor een bodem- of grondwaterinstallatie. Meer over de kosten in het artikel Kosten warmtepomp 2026.
Stroomverbruik verlagen – de belangrijkste hefbomen
Wie het stroomverbruik van zijn warmtepomp wil verminderen, moet aan de juiste knoppen draaien. Het volgende overzicht toont de maatregelen met de grootste invloed – gerangschikt naar besparingspotentieel.
| Maatregel | Besparing | Stroom bespaard (bij 5.000 kWh basis) | Kosten van de maatregel |
|---|---|---|---|
| Aanvoertemperatuur –5 K verlagen | 10–12 % | 500–600 kWh | 0 € (instelling) |
| Hydraulisch inregelen (methode B) | ~13 % | ~650 kWh | 400–800 € |
| Kamerthermostaten deactiveren, stooklijn gebruiken | tot 17 % JAZ-winst | tot 850 kWh | 0 € (instelling) |
| WW-temperatuur naar 48 °C (1× per week 60 °C) | 15–20 % van het WW-aandeel | 150–250 kWh | 0 € (instelling) |
| Zonnepanelen (30–50 % eigenverbruiksdekking) | Kosten –40 tot –60 % | kWh ongewijzigd, kosten dalen | 8.000–14.000 € |
| Nachtverlaging (alleen bij slechte isolatie) | 3–8 % | 150–400 kWh | 0 € (instelling) |
De kosteloze instellingsmaatregelen moeten altijd als eerste worden doorgevoerd. Alleen al door verlaging van de aanvoertemperatuur en deactivering van de kamerthermostaten laat zich 200–400 € per jaar besparen. Uitgebreide handleidingen voor alle optimalisatiemaatregelen vindt u in het artikel Optimalisatie & instelling.
Veelgestelde vragen
Hoeveel stroom verbruikt een warmtepomp in een eengezinswoning?
Gemiddeld 3.000 tot 6.000 kWh per jaar. In een goed geïsoleerde nieuwbouw met vloerverwarming is het eerder 2.000–3.000 kWh, in een ouder huis met conventionele radiatoren 5.000–8.000 kWh. Volgens de Heizspiegel 2024 ligt het gemiddelde bij 35–39 kWh per vierkante meter woonoppervlak.
Wat kost de stroom voor een warmtepomp per jaar?
Bij een warmtepomptarief van 0,27 €/kWh liggen de jaarlijkse stroomkosten tussen 800 en 1.600 € voor een typische eengezinswoning. Met PV-eigenverbruik dalen de kosten naar 400–800 €. Ter vergelijking: een gasketel kost bij de huidige gasprijs (0,12 €/kWh incl. CO₂-heffing) circa 1.800–2.400 €/j.
Is het stroomverbruik van een warmtepomp in bestaande bouw te hoog?
Niet per definitie. In gerenoveerde bestaande bouw met aangepaste radiatoren en 45–50 °C aanvoertemperatuur bereiken warmtepompen een JAZ van 3,0–3,5 en verbruiken 4.000–5.500 kWh. Problematisch wordt het pas bij niet-gerenoveerde gebouwen met hoge aanvoertemperaturen boven 55 °C. Dan loont een deelrenovatie of een hybride systeem. Details daarover in het artikel Warmtepomp in bestaande bouw.
Werkt een warmtepomp ook met radiatoren efficiënt?
Ja, als de aanvoertemperatuur onder 50 °C blijft. Moderne paneelradiatoren (type 22 of 33) van voldoende formaat komen vaak met 45 °C uit. Speciale lage-temperatuur- of warmtepompradiatoren bereiken dat zelfs bij 35–40 °C. Kritisch zijn alleen oude gietijzeren ledenradiatoren die 60–70 °C vereisen – deze dienen vóór de warmtepompinstallatie te worden vervangen.
Hoe bereken ik het stroomverbruik van mijn warmtepomp?
Met de formule: stroomverbruik = warmtebehoefte ÷ JAZ. De warmtebehoefte kunt u afleiden uit het huidige gasverbruik (in kWh, van de energieleverancier) of het olieverbruik (liter × 10). De JAZ hangt af van het warmtepomptype en de aanvoertemperatuur. Onze warmtepompcalculator berekent de JAZ voor uw individuele situatie.
Loont een zonne-energiesysteem voor de warmtepomp?
Economisch vrijwel altijd: PV-eigenverbruik kost 8–12 cent/kWh in plaats van 27–36 cent voor netstroom. Realistisch laat zich 30–50 % van de warmtepompstroom door eigenverbruik dekken, wat de jaarlijkse kosten met 300–600 € verlaagt. De combinatie verdient zich sneller terug dan elk van beide technologieën afzonderlijk.
Conclusie – Waarvan het stroomverbruik werkelijk afhangt
Samengevat: Het stroomverbruik van een warmtepomp wordt door twee grootheden gedomineerd: de warmtebehoefte van het gebouw en het rendement waarmee de warmtepomp werkt. De gebouwschil en het type warmteafgifte hebben daarbij meer invloed dan het warmtepomptype zelf. Een goed geïsoleerd huis met vloerverwarming verbruikt met een lucht-waterwarmtepomp minder stroom dan een niet-gerenoveerde oudere woning met een duurdere bodemwarmtepomp. De correcte dimensionering volgens EN 12831 is verplicht – zowel over- als onderdimensionering kost 10–15 % rendement. Wie met radiatoren in plaats van vloerverwarming plant, hoeft geen concessies te doen aan het comfort, zolang de aanvoertemperatuur onder 50 °C blijft. En het warmwateraandeel wordt bij een hogere isolatiegraad steeds relevanter – in een passiefhuis valt de helft van het stroomverbruik toe aan warm water. De combinatie met zonnepanelen verlaagt niet het verbruik, maar wel de kosten met 40–60 %.
Overzicht van deze serie
| Nr. | Artikel | Onderwerp |
|---|---|---|
| 1 | Warmtepomp: de complete gids | Overzicht en introductie |
| 2 | De omgekeerde koelkast: hoe werkt een warmtepomp? | Fysische basis |
| 3 | De componenten | Warmtewisselaar, compressor, expansieventiel |
| 4 | Kengetallen en dimensionering | COP, JAZ, ontwerp |
| 5 | Bedrijfswijzen | Monovalent, bivalent, hybride |
| 6 | Warmtepomptypen en zonne-integratie | Typen & combinatie met PV |
| 7 | SCOP uitgelegd | Seizoensgebonden rendementsgraad |
| 8 | Kosten warmtepomp 2026 | Aanschaf, installatie, verbruik |
| 9 | Stroomverbruik per jaar | U bent hier |
Meer lezen
Warmtepomp in bestaande bouw · Optimalisatie & instelling · Warmtepompvermogen berekenen · Warmteverlies: de basis
Bronnen
- co2online: Stromverbrauch von Wärmepumpen
- Vattenfall: Wärmepumpe Stromverbrauch
- Heizspiegel 2024: Verbrauchskennwerte Wärmepumpen
- Viessmann: Vorlauftemperatur und Effizienz
- BWP: Wärmepumpen-Branchenstatistik 2025
- ENERGIE-FACHBERATER: Niedertemperatur-Heizkörper
- Thermondo: Stromverbrauch Wärmepumpe berechnen
Verbruik berekenen & warmtepomp dimensioneren
Met onze gratis calculators bepaalt u de warmtebehoefte van uw gebouw en het juiste warmtepompvermogen – normconform volgens EN 12831 en VDI 4650.