Vermogen van een warmtepomp berekenen: van warmteverlies tot juiste kW-waarde icoon

Vermogen van een warmtepomp berekenen: van warmteverlies tot juiste kW-waarde

Waarom het juiste vermogen zo belangrijk is

Een warmtepomp van 6 kW is goedkoper dan een van 12 kW – maar past die ook bij het gebouw? Het antwoord ligt in de warmteverliesberekening (verwarmingslast): die bepaalt hoeveel warmtevermogen een woning op de koudste dagen van het jaar nodig heeft.

Een te kleine warmtepomp krijgt het bij vorst niet warm genoeg in huis. Het elektrisch element (bijverwarming) springt bij en jaagt het stroomverbruik omhoog. Een te grote warmtepomp gaat juist pendelen: hij schakelt in, bereikt snel de gewenste temperatuur, schakelt uit, koelt af en start weer. Dit op- en afregelen belast de compressor en verlaagt het rendement met circa 10–15%.

Dit artikel laat drie routes naar het juiste vermogen zien: de professionele warmteverliesberekening, de vuistregel-methode en de schatting op basis van het historische energieverbruik.

Stap 1: Verwarmingslast (warmteverlies) bepalen

De verwarmingslast is het benodigde warmtevermogen in kilowatt dat een gebouw nodig heeft bij de laagste ontwerpbuitentemperatuur om de gewenste binnentemperatuur te handhaven. Dit is de basis voor elke dimensionering van een warmtepomp.

De voorkeursmethode: berekening volgens NEN-EN 12831

De meest nauwkeurige methode is een ruimtegewijze warmteverliesberekening volgens NEN-EN 12831-1 (in Nederland en België de nationale implementatie van EN 12831). Daarbij worden per ruimte de transmissieverliezen (via wanden, ramen, dak, vloer) en ventilatieverliezen bepaald. Ook de regionale ontwerpbuitentemperatuur, de ligging van het gebouw en de gewenste ruimtetemperaturen worden meegenomen.

  • Nederland: NEN-EN 12831-1 wordt in de praktijk gebruikt naast de bepalingsmethode uit de NTA 8800 (energieprestatie van gebouwen).
  • Vlaanderen: de warmteverliesberekening sluit aan bij de EPB-methodiek; voor detailontwerp wordt eveneens EN 12831 toegepast.

Tip: Met onze gratis warmteverlies-calculator kunt u zelf de verwarmingslast van uw woning berekenen – per ruimte en volgens de norm.

De vuistregel-methode

Als een gedetailleerde berekening (nog) niet beschikbaar is, helpt een globale schatting op basis van gebruiksoppervlak en isolatieniveau:

Formule: Verwarmingslast (kW) = vloeroppervlak (m²) × specifieke verwarmingslast (W/m²) ÷ 1.000

De specifieke verwarmingslast hangt sterk af van de schilisolatie en luchtdichtheid:

Gebouwtype (NL/BE) Specifieke verwarmingslast Voorbeeld 150 m²
Passiefhuis 10–15 W/m² 1,5–2,3 kW
Zeer energiezuinige nieuwbouw (BENG / E-peil ≤ 20) 25–35 W/m² 3,8–5,3 kW
Goede nieuwbouw (BENG / E-peil ca. 30–40) 35–45 W/m² 5,3–6,8 kW
Goed gerenoveerde bestaande woning 50–70 W/m² 7,5–10,5 kW
Gedeeltelijk gerenoveerde woning 70–100 W/m² 10,5–15 kW
Niet-geïsoleerde oudere woning 100–150 W/m² 15–22,5 kW

Rekenvoorbeeld: Een gerenoveerde bestaande woning van 150 m² met 60 W/m²:
150 × 60 ÷ 1.000 = 9 kW verwarmingslast.

Schatting op basis van energieverbruik

Wie zijn historische stookkosten kent, kan de verwarmingslast ook uit het jaarverbruik afleiden. De omzetting gebeurt via de zogenaamde vollasturen – rekenkundig ongeveer 2.000 uur per jaar waarin een installatie op vol vermogen zou draaien.

Voor aardgas:
Verwarmingslast (kW) = jaarverbruik (kWh) ÷ 2.000

Voor stookolie:
Verwarmingslast (kW) = jaarverbruik (liter) × 10 ÷ 2.000

Rekenvoorbeeld aardgas: Bij 20.000 kWh gasverbruik:
20.000 ÷ 2.000 = 10 kW verwarmingslast.

Rekenvoorbeeld stookolie: Bij 2.000 liter stookolie:
2.000 × 10 ÷ 2.000 = 10 kW verwarmingslast.

Let op: Deze methode geeft slechts richtwaarden. Het werkelijke verbruik hangt af van gebruikersgedrag en weersomstandigheden. Voor de dimensionering van een warmtepomp is een normconforme warmteverliesberekening volgens NEN-EN 12831 betrouwbaarder.

Stap 2: Toeslagen meenemen

Alleen de verwarmingslast is niet voldoende voor de dimensionering van een warmtepomp. Twee extra factoren moeten worden meegenomen: de bereiding van warm tapwater en eventuele schakeltijden van de netbeheerder/energieleverancier.

Warmtapwaterbereiding

Als de warmtepomp ook het sanitair warm water moet leveren, is extra vermogen nodig. In de Duitse richtlijn VDI 4645 wordt als vuistregel circa 0,25 kW per bewoner aangehouden; dat is ook een bruikbare richtwaarde voor Nederland en Vlaanderen.

Huishoudgrootte Toeslag tapwater
2 personen 0,5 kW
3 personen 0,75 kW
4 personen 1,0 kW
5 personen 1,25 kW

Bij huishoudens met een hoge tapwatervraag (dagelijks baden, meerdere douches tegelijk, regendouches) kan de benodigde toeslag hoger uitvallen.

Schakeltijden / stuurbare warmtepompen

In Nederland en Vlaanderen worden steeds vaker stuurbare warmtepompen toegepast in combinatie met dynamische of goedkopere stroomtarieven. De netbeheerder of energieleverancier mag de warmtepomp dan op bepaalde momenten tijdelijk uitschakelen of terugregelen.

Tijdens deze perioden moet het gebouw teren op opgeslagen warmte. Om in de resterende uren voldoende warmte te kunnen produceren, kan extra vermogen nodig zijn.

Formule: Extra vermogen = verwarmingslast × (schakeltijd in uren ÷ 24)

Rekenvoorbeeld: Bij 9 kW verwarmingslast en 6 uur per dag schakeltijd:
9 × (6 ÷ 24) = 9 × 0,25 = 2,25 kW extra vermogen.

Moderne warmtepompen met een goed gedimensioneerd buffervat of met veel thermische massa in de vloer (vloerverwarming) kunnen schakeltijden vaak opvangen zonder noemenswaardige vermogensvergroting. In veel Nederlandse en Vlaamse projecten wordt daarom bewust ingezet op lage-temperatuurafgiftesystemen en voldoende waterinhoud.

Stap 3: Totaalvermogen berekenen

Alle factoren samengenomen ontstaat het benodigde warmtepompvermogen:

Totaalvermogen = verwarmingslast + tapwater-toeslag + schakeltijd-toeslag

Doorgerekend praktijkvoorbeeld

Een eengezinswoning wordt voorzien van een warmtepomp:

Gebouwgegevens Waarde
Vloeroppervlak 160 m²
Bouwjaar, renovatie 1985, isolatie 2015
Specifieke verwarmingslast 55 W/m²
Personen in huishouden 4
Schakeltijd netbeheerder 6 uur/dag

Berekening:

Post Berekening Resultaat
Verwarmingslast 160 m² × 55 W/m² ÷ 1.000 8,8 kW
Tapwater 4 personen × 0,25 kW 1,0 kW
Schakeltijd 8,8 kW × (6 ÷ 24) 2,2 kW
Totaal 12,0 kW

Een warmtepomp met 10–12 kW nominaal vermogen is hier passend. De meeste fabrikanten bieden vermogensstappen zoals 8, 10, 12 of 14 kW.

Richtwaarden per gebouwtype

Gebouwtype Oppervlak Verwarmingslast Met toeslagen Aanbevolen WP
Passiefhuis 140 m² 2,0 kW 3,5 kW 4–5 kW
Energiezuinige nieuwbouw (BENG / E-peil ≤ 30) 150 m² 6,0 kW 8,5 kW 8–10 kW
Gerenoveerde bestaande woning 160 m² 8,8 kW 12,0 kW 10–12 kW
Gedeeltelijk gerenoveerde woning 180 m² 14,4 kW 18,5 kW 16–18 kW
Niet-geïsoleerde oudere woning 150 m² 18,0 kW 22,5 kW 20–24 kW

Veelgemaakte fouten bij de dimensionering

Probleem: overdimensionering

De gedachte “liever wat meer vermogen, dan zit ik veilig” leidt bij warmtepompen vaak tot problemen. Een te grote warmtepomp bereikt de gevraagde temperatuur te snel en schakelt uit. Kort daarna daalt de temperatuur weer en start de warmtepomp opnieuw. Dit zogenaamde pendelen heeft meerdere nadelen: de compressor slijt sneller door de vele starts, het rendement daalt met circa 10–15% en de investering was hoger dan nodig.

Modulerende (inverter) warmtepompen kunnen hun vermogen wel terugregelen, maar ook zij hebben een minimumvermogen. Ligt de warmtevraag structureel onder dat minimum, dan gaat ook een inverter-warmtepomp pendelen.

Probleem: onderdimensionering

Een te kleine warmtepomp krijgt het op koude dagen niet comfortabel warm in huis. Het elektrisch element (bijverwarming) springt dan bij – met een COP van 1,0 in plaats van 3–4. Bij frequent gebruik van het element stijgen de stroomkosten merkbaar en neemt het comfort af.

De vuistregel voor de praktijk

Ervaren ontwerpers dimensioneren warmtepompen eerder iets aan de krappe kant dan te ruim. Op een paar extreem koude dagen per jaar kan het elektrisch element kortstondig ondersteunen – dat is economisch gunstiger dan een permanent overgedimensioneerde installatie. Bij inverter-warmtepompen met een modulatiebereik van circa 30–100% is een ontwerp op 90–100% van de berekende verwarmingslast doorgaans zinvol.

Lokale normen, energie-eisen en subsidies (NL & Vlaanderen)

Bouw- en energienormen

  • Warmteverlies & U-waarden
    • Nederland: warmteverliesberekeningen volgens NEN-EN 12831-1; U-waarden volgens NEN-EN ISO 6946.
    • Vlaanderen: toepassing van EN 12831 en EN ISO 6946 binnen de EPB-regelgeving.
  • Energieprestatie gebouwen
    • Nederland: sinds 2021 geldt de BENG-systematiek (NTA 8800) met drie indicatoren (BENG 1–3) en een maximale energieprestatie-indicator voor nieuwbouw.
    • Vlaanderen: EPB-eisen met onder meer een maximaal E-peil voor nieuwbouw en ingrijpende renovaties.

Minimale isolatie-eisen (selectie)

  • Nederland (Bouwbesluit / Bbl, BENG): voor nieuwbouw U-waarden in de orde van:
    • Gevel: ca. 0,24 W/m²K
    • Dak: ca. 0,20 W/m²K
    • Vloer: ca. 0,30 W/m²K
    • Ramen: ca. 1,65 W/m²K (afhankelijk van detaillering en project).
  • Vlaanderen (EPB): vergelijkbare orde van grootte, met strenger wordende U-max-waarden en E-peil-eisen.

Energieprestatiecertificaten en labels

  • Nederland:
    • Verplicht energielabel bij verkoop, verhuur en oplevering van woningen en utiliteit.
    • Bepaling volgens NTA 8800; labels lopen van A++++ tot G.
  • Vlaanderen:
    • Verplicht EPC (Energieprestatiecertificaat) bij verkoop en verhuur.
    • Voor woningen EPC-label van A+ tot F; koppeling met renovatieverplichtingen bij slechte labels.

Subsidies en financiële steun

De exacte bedragen en voorwaarden wijzigen regelmatig; controleer altijd de actuele informatie op de genoemde websites.

Nederland

  • ISDE (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing)

    • Voor warmtepompen, isolatiemaatregelen, zonneboilers en (kleine) windturbines.
    • Warmtepompen: doorgaans € 1.950–€ 3.750+ afhankelijk van type en vermogen.
    • Isolatie: vaste bedragen per m² (gevel, dak, vloer, glas).
    • Voorwaarden: eigen woning, erkende installateur, minimale oppervlaktes; zie rvo.nl/isde.
  • SEEH (voor VvE’s)

    • Subsidie voor energiebesparende maatregelen in appartementencomplexen.
    • Onder meer isolatie, warmtepompen, warmtepompboilers.
  • Lokale regelingen

    • Gemeenten en provincies bieden vaak extra leningen of subsidies, zoals de Energiebespaarlening via het Nationaal Warmtefonds.

Vlaanderen

  • Mijn VerbouwPremie

    • Eén geïntegreerde premie voor o.a. dak-, muur-, vloer- en glasisolatie, warmtepompen, warmtepompboilers en zonneboilers.
    • Bedragen afhankelijk van inkomenscategorie en woningtype; voor warmtepompen vaak enkele duizenden euro’s mogelijk.
    • Voorwaarden: woning in Vlaanderen, erkende aannemer, minimale kwaliteitseisen; zie vlaanderen.be/mijnverbouwpremie.
  • Fluvius-premies

    • Netbeheerder Fluvius keert premies uit voor warmtepompen, warmtepompboilers, isolatie en zonnepanelen (PV).
    • Voor PV is er geen klassieke aankoopsubsidie meer, maar wel een terugleververgoeding en soms investeringssteun voor specifieke doelgroepen.
  • EPC-labelpremie

    • Extra premie bij het sterk verbeteren van het EPC-label van een woning (bijvoorbeeld van E/F naar A/B).

Belangrijk: In Duitsland wordt vaak verwezen naar BAFA- en KfW-subsidies en VDI-richtlijnen (zoals VDI 4645/4650). In Nederland en Vlaanderen gelden andere regelingen en normen. Voor ontwerp en subsidieaanvraag is het raadzaam een installateur of adviseur te kiezen die vertrouwd is met NTA 8800 / EPB, de lokale bouwvoorschriften en de actuele ISDE- of Mijn VerbouwPremie-voorwaarden.

Conclusie

Kort samengevat: Het juiste warmtepompvermogen volgt uit de verwarmingslast van het gebouw plus toeslagen voor warmtapwater en eventuele schakeltijden van de netbeheerder. De verwarmingslast kan worden bepaald via een normconforme berekening volgens NEN-EN 12831, via vuistregels op basis van vloeroppervlak of uit het historische energieverbruik. Cruciaal is om noch te groot noch te klein te dimensioneren – een warmtepomp die goed aansluit bij de verwarmingslast werkt efficiënter en gaat langer mee dan een overgedimensioneerd toestel dat voortdurend pendelt.


Meer over warmtepompen

Nr. Artikel Focus
0 Warmtepomp: de complete gids Overzicht en introductie
1 Hoe werkt een warmtepomp? Fysisch principe
2 De componenten Verdamper, compressor, condensor
3 Kengetallen en dimensionering COP, JAZ, SCOP
4 SCOP uitgelegd Efficiëntie beoordelen
5 Vermogen berekenen U bent hier

Wie na de installatie het rendement van zijn warmtepomp wil controleren, vindt in het artikel Optimalisatie & instelling praktische tips over stooklijn en hydraulisch inregelen. De verschillende bedrijfsvormen – monovalent, bivalent, hybride – worden in een apart artikel toegelicht.

Bronnen


Nu uw warmteverlies berekenen

Met onze gratis warmteverlies-calculator bepaalt u de norm-verwarmingslast van uw gebouw volgens NEN-EN 12831 – de belangrijkste basis voor de dimensionering van een warmtepomp.

→ Naar de warmteverlies-calculator

Met de warmtepomp-calculator berekent u vervolgens het seizoensrendement en de verbruikskosten van uw warmtepomp.

→ Naar de warmtepomp-calculator